ECLI:NL:RBNHO:2025:5688
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar watervergunning wegens ontbreken belanghebbendheid
Eiser maakte bezwaar tegen een watervergunning verleend voor een dam met duiker bij een perceel in een plaats. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende was. Eiser stelde dat hij nadelen ondervond, maar deze hadden geen betrekking op de dam.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende zijn inhoudt dat iemand een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang moet hebben dat rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. De woning en het bedrijfsperceel van eiser liggen op aanzienlijke afstand van de dam en er zijn reeds andere dammen en stuwen aanwezig die de waterdoorstroming beïnvloeden.
Verweerder toonde aan dat de vergunning geen concrete gevolgen heeft voor eiser. Eiser gaf geen concrete nadelige gevolgen aan die verband houden met de dam. De rechtbank concludeerde daarom dat eiser geen belanghebbende is en verklaarde het bezwaar terecht niet-ontvankelijk.
Ten overvloede wees de rechtbank erop dat toekomstige besluiten over het perceel van de vergunninghouder afzonderlijk kunnen worden aangevochten. Ook handhavingsbesluiten of andere besluiten gericht aan eiser kunnen worden bestreden. Het griffierecht wordt niet teruggegeven en proceskosten worden niet vergoed.
De uitspraak werd mondeling gedaan op 9 mei 2025 door rechter J. de Vries in Alkmaar.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de watervergunning is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van belanghebbendheid.