Eisers hebben beroep ingesteld tegen de aan North Sea Venue verleende omgevingsvergunning voor het Snowbass festival op 25 januari 2020. Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad had deze vergunning verleend en in bezwaar gehandhaafd. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het festival inmiddels heeft plaatsgevonden en er al eerder uitspraken zijn gedaan over soortgelijke evenementen op dezelfde locatie, waardoor eisers geen procesbelang meer hebben.
Eisers voerden verschillende beroepsgronden aan, waaronder strijd met het bestemmingsplan, ontbreken van vergunning voor bouwen, en onvoldoende onderzoek naar milieu- en verkeersaspecten. Deze gronden zijn echter al eerder door de rechtbank en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gemotiveerd weerlegd. Eisers hebben geen schade onderbouwd en wilden ook geen schadevergoeding of dwangsommen.
De rechtbank behandelt ook het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de procedure 58 maanden duurde, wordt een deel van de vertraging toegerekend aan eisers zelf. Uiteindelijk wordt een vergoeding toegekend van € 2.500,-, waarvan € 384,62 voor rekening van het college en € 2.115,38 voor rekening van de Staat. Tevens worden proceskosten van € 453,50 verdeeld over het college en de Staat.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en gaat niet inhoudelijk in op de vergunning. Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.