De kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland heeft op 21 januari 2025 het verzoek tot opheffing van het bewind over de goederen van betrokkene toegewezen. Het bewind was ingesteld bij beschikking van 21 januari 2020. De bewindvoerders stelden dat het bewind niet langer uitvoerbaar was vanwege het ontbreken van constructieve samenwerking en een gebrek aan wederzijds vertrouwen met betrokkene.
Er waren onenigheden over de hoogte van de schulden en de wijze van schuldaflossing. Ondanks dat het dossier stabiel was en betrokkene geen onregelmatigheden vertoonde, konden de bewindvoerders niet veel meer voor haar betekenen. Betrokkene bevestigde deze standpunten en gaf aan weer in staat te zijn haar financiën zelfstandig te beheren.
De kantonrechter oordeelde dat voortzetting van het bewind niet zinvol was, ook al waren er nog problematische schulden. De opheffing van het bewind gaat in twee weken na de uitspraak in. Tevens werd de beloning van de bewindvoerders vastgesteld op € 248,00 exclusief btw voor het opmaken van de eindrekening en verantwoording.