De rechtbank Noord-Holland heeft op 20 mei 2025 een verzoek tot instelling van bewind en mentorschap voor betrokkene behandeld. Verzoekers vroegen om benoeming tot bewindvoerders en mentoren, terwijl de zoon van betrokkene verweer voerde tegen het verzoek en de voorgestelde benoemingen. Tijdens de mondelinge behandeling gaf de zoon aan dat de maatregel te zwaar is, maar wilde hij bij instelling wel zelf benoemd worden.
De kantonrechter oordeelde op basis van medische stukken, waaronder een brief van een casemanager dementie en een geriater, dat betrokkene door zijn geestelijke toestand tijdelijk of duurzaam niet in staat is zijn belangen behoorlijk waar te nemen. Het verweer van de zoon werd verworpen vanwege het ontbreken van onderbouwing en zijn afwezigheid bij de zitting.
Gezien de precaire familiale situatie werd afgeweken van de wettelijke voorkeur om een familielid als bewindvoerder te benoemen. De kantonrechter benoemde een professionele bewindvoerder en stelde de beloning vast. Voor het mentorschap werden verzoekers, familieleden met een warme band met betrokkene, benoemd als mentoren. De beschikking werd in het openbaar uitgesproken en kan binnen drie maanden worden aangevochten.