Passagiers vorderden compensatie van British Airways vanwege een vertraging van hun vlucht van Phoenix via Londen naar Amsterdam in maart 2019, waarbij zij meer dan drie uur later aankwamen dan gepland. De vervoerder stelde dat de vertraging werd veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, waaronder slechte weersomstandigheden en het ijsvrij maken van het toestel.
De passagiers betwistten deze omstandigheden gemotiveerd en verwezen naar het weerrapport waaruit volgens hen bleek dat de weersomstandigheden niet zodanig waren dat vertraging onvermijdelijk was. De vervoerder kon onvoldoende aantonen dat de weersomstandigheden en de daaropvolgende vertragingen onvermijdelijk waren ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen.
De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder niet heeft bewezen dat de vertraging buitengewoon was en daarom aansprakelijk is voor compensatie. De passagiers werden veroordeeld tot een bedrag van € 1.063,35 plus wettelijke rente, proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.