Op 9 januari 2025 werd bij aankomst op Schiphol in de koffer van verdachte bijna zes kilogram cocaïne aangetroffen, verborgen in spijkerbroeken in zijn ruimbagage. Verdachte ontkende kennis van de cocaïne en verklaarde dat hij met vrienden op vakantie was geweest.
De rechtbank vond de verklaring ongeloofwaardig, mede door WhatsApp-berichten tussen verdachte en een reisgenoot die duidden op bewustzijn van de drugstransport. Verdachte had tegen de Douane verklaard alleen te reizen, wat niet overeenkwam met het dossier.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk de cocaïne invoerde en veroordeelde hem tot 38 maanden gevangenisstraf, rekening houdend met zijn strafblad en de ernst van het feit. De straf wordt verminderd met het voorarrest.
De straf is passend gezien de hoeveelheid en de schadelijke aard van cocaïne, die bestemd was voor handel en verdere verspreiding. De rechtbank volgde de oriëntatiepunten voor strafmaat bij dergelijke hoeveelheden harddrugs.