Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Feiten
2.Procedure
3.Beklag
4.Standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Beoordeling
ongegrond.
Rechtbank Noord-Holland
De klager wordt verdacht van meerdere strafbare feiten, waaronder valsheid in geschrift, valse opgave in authentieke akte, oplichting en witwassen. Op 14 november 2024 is conservatoir beslag gelegd op twee woningen van de klager, met een gezamenlijke geschatte waarde van €316.000,-. De klager diende op 20 februari 2025 een beklag in tegen dit beslag, stellende dat het dossier onvolledig is en het beslag disproportioneel is vanwege persoonlijke financiële gevolgen.
De rechtbank behandelde het beklag op 13 mei 2025 en heeft de klager, zijn advocaat en de officier van justitie gehoord. De rechtbank oordeelt dat het dossier ondanks onvolledigheid een redelijk vermoeden van schuld bevat, gebaseerd op het proces-verbaal aanvraag machtiging conservatoir beslag. De verdenking betreft misdrijven waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd.
De rechtbank weegt het belang van het strafvorderlijk onderzoek en de omvang van het vermoedelijke wederrechtelijk verkregen voordeel tegen de persoonlijke belangen van de klager. Gelet op de omvang van het vermoedelijke voordeel acht de rechtbank het beslag proportioneel en wijst het beklag af. De beslissing is genomen door een meervoudige raadkamer van drie rechters en is op 27 mei 2025 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beklag tegen het conservatoir beslag op twee woningen wordt ongegrond verklaard.