Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
1 en 2 subsidiairten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat
1.
2.subsidiair
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straffen
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
niet bewezenwat aan de verdachte
2 primairis ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
bewezendat de verdachte de onder
1 en 2 subsidiairten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.3.4. weergegeven.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden, met bevel dat deze straf
niet ten uitvoerzal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op één jaar bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
240 (tweehonderdveertig) uren taakstrafdie bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis.