Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 januari 2025 in de zaken tussen
[eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , uit [woonplaats 1] , eisers
de Staat der Nederlanden (de Staat)
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: North Sea Venue B.V. uit Zaandam, NSV
Inleiding
Vaststaande feiten
Het conflict
De bestreden besluiten en de gronden daartegen van eisers
Wat betreft het hekwerk op perceel [perceel 2] (hekwerk 1) stelt het college in het verweerschrift dat dit perceel niet openbaar is. De hekwerken mogen daar staan en dus is er geen sprake van een overtreding. Ten aanzien van hekwerk 2 op perceel [perceel 3] stelt het college dat hier al tegen gehandhaafd wordt. Er is aan dwangsom opgelegd aan NSV. Het verzoek om handhaving in deze procedure wordt daarom afgewezen.
Wat betreft de containers heeft het college verwezen naar een omgevingsvergunning van 30 november 2022. Hierin zijn de zeecontainers op perceel [perceel 3] vergund. Hier is dus geen sprake meer van een overtreding. Andere objecten zijn niet aangetroffen volgens het college.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie beoordeling beroepen
Verzoek om schadevergoeding vanwege overschrijding redelijke termijn
Proceskosten
Beslissing
- verklaart de beroepen niet-ontvankelijk;
- veroordeelt het college in de zaak 21/1150 tot betaling van een schadevergoeding van € 300,-;
- veroordeelt de Staat in de zaak 21/1150 tot betaling van een schadevergoeding aan eisers van € 2200,-;
- veroordeelt het college in de zaak 21/1150 tot vergoeding aan eisers van € 226,75 aan proceskosten
- veroordeelt de Staat in de zaak 21/1150 tot vergoeding aan eisers van € 226,75,- aan proceskosten;
- veroordeelt de Staat in de zaak 22/5855 tot betaling van een schadevergoeding aan eisers van € 500,-;
- veroordeelt de Staat in de zaak 22/5855 tot vergoeding aan eisers van € 453,50 aan proceskosten;
- wijst het verzoek om schadevergoeding in de zaak 23/2075 af.