ECLI:NL:RBNHO:2025:6190
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.E. Francke
- C.H. de Jonge van Ellemeet
- V.J.A. de Weerd
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen weigering psychologisch NIFP-onderzoek in strafzaak
De verdachte heeft via zijn raadsman verzocht om een NIFP-rapportage door een psycholoog op te laten stellen, ter beoordeling van zijn toerekeningsvatbaarheid in een strafzaak waarin hij wordt verdacht van ontucht met een minderjarige en bezit van kinderporno. De rechter-commissaris had dit verzoek afgewezen, waarna de verdachte bezwaar maakte.
De rechtbank heeft het bezwaar behandeld en daarbij overwogen dat het Pro Justitia consult van een GZ-psycholoog aanwijzingen bevat voor meervoudige problematiek bij de verdachte, waaronder een mogelijke lichte verstandelijke beperking, autisme-spectrumstoornis, ADHD en middelengebruik. Deze omstandigheden kunnen de beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid en delictsgevaarlijkheid beïnvloeden.
De rechtbank acht het psychologisch onderzoek noodzakelijk om een actuele en solide diagnostische beoordeling te verkrijgen, die relevant is voor de toepassing van de artikelen 348 en 350 Sv. Daarom verklaart de rechtbank het bezwaar gegrond, vernietigt de beslissing van de rechter-commissaris en beveelt de officier van justitie alsnog opdracht te geven tot het opstellen van de NIFP-rapportage door een psycholoog.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de weigering van een psychologisch NIFP-onderzoek wordt gegrond verklaard en de officier van justitie wordt opgedragen dit onderzoek te laten uitvoeren.