De zaak betreft het beroep van een omwonende tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een tijdelijk kinderdagverblijf op een locatie in de woonwijk Westerwatering. De vergunning werd verleend voor een periode van vijf jaar. De eiser woont op circa 70 meter afstand en heeft zicht op de locatie, waardoor hij belanghebbende is.
De voorzieningenrechter beoordeelde het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening. Gezien de tijdsdruk bij vergunninghouder en de noodzaak van voortgang van de bouw, werd het spoedeisend belang van eiser erkend, maar het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat het beroep ongegrond was.
De beroepsgronden van eiser betroffen onder meer geluidsoverlast, elektromagnetische straling, stikstofdepositie, verkeersimpact en verlies van groen. De rechter oordeelde dat eiser onvoldoende belang had bij geluid, straling en stikstof, en dat het college de belangen zorgvuldig had afgewogen. De beoordeling van verkeersaspecten en groenwaarde werd eveneens aan het college gelaten, waarbij de rechter het college volgde.
Verder wees de rechter het beroep af op gronden dat de regeling voor kruimelgevallen niet meer van toepassing is en dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet verplicht was gezien de omvang van het bouwplan. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Eiser draagt de kosten.