ECLI:NL:RBNHO:2025:6454

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
12 juni 2025
Zaaknummer
352434
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging benoeming bouwkundig deskundige in civiele procedure

In deze civiele procedure bij de rechtbank Noord-Holland te Haarlem is op 18 juni 2025 een tussenvonnis gewezen betreffende de wijziging van de benoeming van deskundigen. Eerder waren L. Cornelisse en T.A.M. Meulendijks als deskundigen benoemd. Eisers maakten bezwaar tegen de benoeming van Crawford & Company vanwege eerdere betrokkenheid bij gedaagde.

De rechtbank heeft partijen de gelegenheid gegeven zich uit te laten over de voorgenomen vervanging van Meulendijks door ing. J.C. Kok van Kode Consult. Beide partijen hebben geen bezwaar tegen deze wijziging, waarna de rechtbank Kok benoemde als bouwkundig deskundige naast Cornelisse.

Daarnaast is de termijn voor het indienen van de kostenbegroting verlengd naar 9 juli 2025, mede omdat Cornelisse het procesdossier recent nog niet had ontvangen. De overige bepalingen van het eerdere vonnis blijven ongewijzigd en verdere beslissingen worden aangehouden.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de benoeming van bouwkundig deskundige en stelt een nieuwe datum voor de kostenbegroting vast.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/352434 / HA ZA 24-266
Vonnis van 18 juni 2025
in de zaak van

1.[eiser 1],

te [plaats 1],
2.
[eiser 2],
te [plaats 1],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
advocaat: mr. M.H. Rijntjes,
tegen
[gedaagde] B.V.,tevens h.o.d.n.
[bedrijf],
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. M.A. van der Pool en mr. T.W. Nelissen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 16 april 2025
- de akte van [eisers]
- de akte van [gedaagde].
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Overwegingen

2.1.
Bij vonnis van 16 april 2025 zijn L. Cornelisse (Ameo Makelaars & Taxateurs - Zuid) en T.A.M. Meulendijks (Crawford & Company (Nederland) B.V. [plaats 1] benoemd tot deskundigen in onderhavige zaak.
2.2.
[eisers] hebben op 23 april 2025 bezwaar gemaakt tegen de benoeming van Crawford & Company als deskundige, omdat deze eerder aan de kant van [gedaagde] bij de zaak betrokken is geweest.
2.3.
De rechtbank heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over haar voornemen om in plaats van T.A.M. Meulendijks van Crawford & Company ing. J.C. (Johan) Kok van Kode Consult tot deskundige te benoemen.
2.4.
Partijen hebben beiden aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de benoeming van ing. J.C. Kok, zodat de rechtbank hem naast L. Cornelisse tot deskundige zal benoemen in de ondersteunende rol als bedoeld in artikel 3.4 van het vonnis van 16 april 2025.
2.5.
Gelet op het benoemen van een nieuwe deskundige en het feit dat L. Cornelisse, het procesdossier recent nog niet in afschrift had ontvangen, zal de datum voor de kostenbegroting als bedoeld in artikel 4.2 van het vonnis van 16 april 2025 worden verlengd naar 9 juli 2025.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
benoemt in plaats van dhr. T.A.M. Meulendijks tot bouwkundig deskundige:
dhr.
ing. J.C. Kok,
verbonden aan: Kode Consult
[adres]
Voor het overige blijft de benoeming van deskundigen in stand.
3.2.
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis en van het vonnis van 16 april 2025 aan de deskundigen zal toezenden,
het voorschot
3.3.
bepaalt dat de datum waarop de deskundigen uiterlijk een begroting van de kosten dienen op te geven aan de griffie van de rechtbank wordt gewijzigd in 9 juli 2025,
het onderzoek
3.4.
bepaalt dat [eisers] – voor zover zij dat nog niet hebben gedaan – het procesdossier in afschrift aan de deskundigen moeten toesturen,
3.5.
bepaalt dat de overige bepalingen van de beslissing van het vonnis van 16 april 2025 ongewijzigd blijven en van toepassing zijn op de benoeming van ing. J.C. Kok,
overige bepalingen
3.6.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.H. Schotman en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025.
1621