Het college van burgemeester en wethouders van gemeente Medemblik legde op 15 april 2025 een last onder dwangsom op aan verzoekers om het lesgeven in een bijgebouw op hun perceel te staken, met een dwangsom van €10.000 per overtreding en een maximum van €30.000. Verzoekers maakten bezwaar en vroegen om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 juni 2025.
Verzoekers gaven aan dat zij een overeenkomst hadden met de nabijgelegen kerk voor het gebruik van tien parkeerplaatsen, wat volgens hen voldeed aan de parkeernorm. Het college stelde dat het lesgeven niet was toegestaan vanwege vermeende nadelige verkeersinvloeden en onvoldoende parkeergelegenheid, gebaseerd op klachten van de buurt en het bestemmingsplan. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende had onderbouwd dat sprake was van een overtreding en dat de belangen van verzoekers om het cursusjaar af te maken zwaarder wogen dan het algemene handhavingsbelang.
De voorzieningenrechter schorst het bestreden besluit tot zes weken na de beslissing op bezwaar, waardoor verzoekers geen dwangsommen kunnen verbeuren tot die tijd. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekers. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.