Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 juni 2025 in de zaken tussen
[verzoekster 1] ,handelend onder de naam
[naam 1], uit [plaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Zaanstad
de vennootschap onder firma [verzoekster 2] , uit [plaats] , verzoekster
de burgemeester van de gemeente Zaanstad
Samenvatting
Procesverloop
.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
De burgemeester stelt dat de geconstateerde overtredingen maken dat sprake is van slecht levensgedrag. Bij de invulling van dit begrip komt de burgemeester beoordelingsvrijheid toe. Volgens de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State mogen in een geval als het onderhavige uitsluitend die gedragingen worden betrokken waarvan het 'voor een ieder evident' is dat met dergelijke gedragingen niet is voldaan aan het vereiste dat de betrokkene niet in enig opzicht van slechts levensgedrag is. De burgemeester is van oordeel dat gezien de aard en de ernst van de overtredingen het verzoeksters aanstonds duidelijk moet zijn geweest dat die de vrees rechtvaardigen dat de belangen die gediend worden met de eis over het levensgedrag van de exploitant/leidinggevende van het horecabedrijf in het geding zijn. Dit geldt des te meer nu in de toelichting op de Apv vermeld is welke gedragingen in ieder geval slecht levensgedrag opleveren. Hier wordt ook arbeidsuitbuiting genoemd. Overtredingen van de Wav, die mogelijk gepaard gaan met arbeidsuitbuiting, passen hier naar hun aard bij. Bovendien is de overtreding van de Wav een bijzondere intrekkingsgrond in de APV (artikel 2:28c, aanhef en onder h, van de APV), al heeft de burgemeester die grond niet aan de besluiten ten grondslag gelegd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- wijst de verzoeken toe;
- schorst de beide bestreden besluiten van 9 mei 2025 tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 385,- aan elk van de verzoeksters – totaal dus € 770,- – moet vergoeden;
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1814,- aan proceskosten aan verzoeksters.