ECLI:NL:RBNHO:2025:675

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
11429245 EJ VERZ 24-50
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:235 BWArt. 1:237 BW
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek handlichting minderjarige voor ondernemingsactiviteiten

De minderjarige verzoeker, geboren in 2008, heeft een verzoek ingediend om handlichting te verkrijgen op grond van artikel 1:235 BW Pro, zodat hij als meerderjarige kan optreden voor zijn onderneming. Het verzoek omvat bevoegdheden zoals het openen van een zakelijke bankrekening, het aangaan van overeenkomsten tot een bepaald bedrag, het registreren van een bedrijfsnaam bij de Kamer van Koophandel en het opstarten van een webshop.

De kantonrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat zijn wettelijk vertegenwoordiger instemt met het verzoek, waarmee aan de wettelijke vereisten is voldaan. De kantonrechter wijst het verzoek toe, met de beperking dat de minderjarige niet bevoegd wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen.

Daarnaast is overwogen dat de publicatieplicht van de handlichting, die volgens artikel 1:237 BW Pro in de Staatscourant en twee dagbladen moet plaatsvinden, kan worden aangepast. Gezien de digitale toegankelijkheid van de Staatscourant en de website van de Rechtspraak, wordt volstaan met publicatie op www.rechtspraak.nl, wat kosteneffectief is en een ruimer bereik heeft.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter M. Woerdman en bevat voorwaarden zoals een maximale besteding per transactie zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger en het maandelijkse limiet voor het aangaan van overeenkomsten.

Uitkomst: Verzoek tot handlichting aan minderjarige voor ondernemingsactiviteiten wordt toegewezen onder voorwaarden en met aangepaste publicatie op rechtspraak.nl.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./repnr.: 11420245 EJ VERZ 24-50
Uitspraakdatum: 23 januari 2025
Beschikking van de kantonrechter op een verzoek tot handlichting
van
[verzoeker]
te [plaats]
verzoeker
verder te noemen: [verzoeker]

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 26 november 2024 ter griffie van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, afdeling Handel. Dit verzoekschrift is doorgestuurd naar de, in deze zaak bevoegde, afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem.
1.2.
Het verzoekschrift strekt tot het verkrijgen van een handlichting als bedoeld in artikel 1:235 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). Na een verzoek van de kantonrechter heeft [verzoeker] zijn verzoekschrift bij brief van 13 januari 2025 aangevuld.
1.3.
Bij het verzoek zijn onder meer kopieën van de geboorteakte van [verzoeker] en van de identiteitsbewijzen van [verzoeker] en zijn wettelijk vertegenwoordiger ([moeder], moeder) overgelegd. [verzoeker] en zijn moeder hebben zowel het verzoekschrift als de aanvulling daarop ondertekend.

2.Het verzoek

2.1.
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 2008, wenst de bevoegdheden te verwerven van een meerderjarige in verband met een eigen onderneming. [verzoeker] wenst over de volgende bevoegdheden te beschikken: (i) het kunnen openen van een zakelijke bankrekening, (ii) het kunnen aangaan van overeenkomsten, tot een bedrag van € 8.000,00 per maand, (iii) het kunnen registreren van zijn bedrijfsnaam bij de Kamer van Koophandel en (iv) het kunnen opstarten van een eigen webshop.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 1:235 BW Pro wordt aan een minderjarige handlichting verleend, indien de minderjarige de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en door de wettelijk vertegenwoordiger(s) met het verzoek wordt ingestemd.
3.2.
De kantonrechter stelt vast dat [verzoeker] de leeftijd van zestien jaar heeft bereikt en dat zijn wettelijk vertegenwoordiger instemt met het verzoek. Daarmee is voldaan aan hetgeen is bepaald in artikel 1:235 BW Pro, zodat het verzoek van [verzoeker] zal worden toegewezen als hierna te melden. De kantonrechter wijst voor de goede orde nog wel op het bepaalde in het derde lid van artikel 1:235 BW Pro, waarin is bepaald dat de minderjarige door de handlichting niet bekwaam wordt tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen.
3.3.
Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting wordt het
volgende overwogen. In artikel 1:237 BW Pro is bepaald dat de beschikking waarbij de handlichting is verleend bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever daarbij is geweest dat op die manier zoveel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Door de komst van het – voor iedereen toegankelijke – internet, is deze wijze van publicatie naar het oordeel van de kantonrechter min of meer achterhaald. Niet alleen bestaat er namelijk sinds een aantal jaren geen papieren versie meer van de Staatscourant en is deze enkel nog via het internet te raadplagen, ook beschikt de Rechtspraak nu over een eigen website (www.rechtspraak.nl) waar de rechterlijke instanties hun uitspraken op kunnen publiceren. Publicatie van de handlichting op www.rechtspraak.nl is naar het oordeel van de kantonrechter even effectief als publicatie op de website van de Staatscourant. Daarbij komt dat publicatie op www.rechtspraak.nl (door de griffier), anders dan bij publicatie in de (digitale) Staatscourant, geen kosten met zich meebrengt. Op grond van een en ander zal de kantonrechter dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en dat de (door de griffier te initiëren) publicatie op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Omdat publicatie van de handlichting op het internet naar het oordeel van de kantonrechter in de praktijk een veel ruimer bereik heeft dan de wetgever bij de totstandkoming van de wet voor ogen had, is er geen redelijk belang bij gediend om de handlichting ook nog eens in twee dagbladen bekend te maken, met alle kosten van dien. Volstaan wordt daarom met de publicatie op www.rechtspraak.nl.
3.4.
[verzoeker] zal er overigens rekening mee moeten houden dat de verleende handlichting
niet eerder geldt dan dat de publicatie een feit is.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
verleent aan [verzoeker], geboren op [geboortedatum] 2008, handlichting tot (i) het openen van een zakelijke rekening, onder de voorwaarde dat [verzoeker] maximaal een bedrag van € 5.000,00 mag besteden of verhandelen per transactie zonder toestemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger, zolang het saldo op voornoemde rekening dit toelaat, (ii) het kunnen aangaan van overeenkomsten tot een bedrag van € 8.000,00 per maand, onder de voorwaarde dat dit geen registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen betreffen, (iii) het kunnen registreren van zijn bedrijfsnaam bij de Kamer van Koophandel en (iv) het kunnen opstarten van een eigen webshop.
4.2.
bepaalt dat publicatie van deze handlichting in de Staatscourant en in (één dagblad of) twee dagbladen achterwege kan blijven en dat, in plaats daarvan, deze beschikking (door de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. Woerdman, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.