In deze civiele bodemzaak tussen de man en de vrouw heeft de vrouw bij brief van 27 mei 2025 verzocht om verbetering van het eerder gewezen vonnis van 14 mei 2025. De vrouw stelde dat het in het vonnis vermelde bedrag van €17.549,00 niet correct was, omdat de rechtbank ten onrechte het volledige bedrag van €9.920,00 van haar vordering in reconventie had afgetrokken in plaats van de helft daarvan.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een kennelijke fout die eenvoudig te herstellen viel. In het oorspronkelijke vonnis was vermeld dat de vrouw de volledige navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2017 aan de man moest voldoen, terwijl dit slechts de helft betrof. Hierdoor was het bedrag van de aanspraak onjuist berekend.
De rechtbank besloot daarom het bedrag in het vonnis te wijzigen naar €22.509,00, zijnde de aanspraak na aftrek van de helft van de navorderingsaanslag. Beide partijen hadden geen bezwaar tegen deze correctie. De verbetering werd opgenomen in de minuut van het oorspronkelijke vonnis en partijen werden verzocht de ontvangen vonnissen te retourneren aan de griffie.
Het herstelvonnis werd op 11 juni 2025 door rechter J.J. Dijk in het openbaar uitgesproken.