In deze civiele bodemzaak vordert eiser een verklaring voor recht dat het advocatenkantoor Tanger toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit een overeenkomst van opdracht, met schadevergoeding wegens een beroepsfout bij de afhandeling van een arbeidsongeval waarbij eiser ernstig gewond raakte en volledig arbeidsongeschikt werd.
Tanger verzoekt in een incident de oproeping in vrijwaring van drie partijen: een assurantietussenpersoon, de commanditaire vennootschap werkgever en een beherend vennoot die tevens familielid is van eiser. Tanger stelt dat deze partijen hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade indien de rechtbank haar aansprakelijkheid vaststelt, op grond van de bijdrageplicht uit het BW.
De rechtbank overweegt dat een vordering tot oproeping in vrijwaring toewijsbaar is indien voldoende gemotiveerd en concreet gesteld wordt dat er een rechtsverhouding bestaat om de gevolgen van een ongunstige hoofdzaak op die derde te verhalen. De rechtbank acht de gronden van Tanger voldoende en wijst de oproeping in vrijwaring toe.
De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De hoofdzaak wordt aangehouden tot nader order.