ECLI:NL:RBNHO:2025:683

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 januari 2025
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
11190933 CV EXPL 24-4663
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:44 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijke incassobedingen en gedeeltelijke toewijzing hoofdsom in incassoprocedure

De rechtbank Noord-Holland behandelde een incassoprocedure tussen Stichting op Stoom en een gedaagde partij die niet is verschenen. De kantonrechter heeft ambtshalve de algemene voorwaarden van de eisende partij getoetst, met name de incassobedingen in de Algemene Voorwaarden van op Stoom en de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016.

De eisende partij stelde dat zij een veertiendagenbrief conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten had verstuurd en geen hogere kosten vorderde dan wettelijk toegestaan. De rechtbank oordeelde echter dat dit niet afdoet aan de oneerlijkheid van de incassobedingen, omdat deze de mogelijkheid scheppen om hogere kosten te verhalen dan wettelijk is toegestaan. De bedingen werden daarom vernietigd en de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.

Verder werd vastgesteld dat de hoofdsom van €404,64 toewijsbaar was, na verrekening van een reeds betaalde deelbetaling en correctie van de rente werd een bedrag van €217,07 toegewezen. De vordering tot vergoeding van verschenen rente werd afgewezen vanwege een te hoog berekend bedrag. De gedaagde werd veroordeeld tot betaling van proceskosten, met uitzondering van de kosten voor de akte die voor rekening van de eisende partij kwamen.

De uitspraak werd gedaan bij verstek en is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Oneerlijke incassobedingen worden vernietigd, buitengerechtelijke incassokosten afgewezen en €217,07 plus wettelijke rente toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11190933 CV EXPL 24-4663
Uitspraakdatum: 15 januari 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de stichting
Stichting op Stoom
te Haarlem
de eisende partij
gemachtigde: De Best & Partners gerechtsdeurwaarders en incasso
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 23 oktober 2024 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het voornemen van de kantonrechter om de incassobedingen van de toepasselijke algemene voorwaarden [1] te vernietigen. Hieraan heeft de eisende partij uitvoering gegeven bij akte van 20 november 2024 (hierna: de akte).

2.De verdere beoordeling

Incassobedingen
2.1.
In de akte heeft de eisende partij gesteld dat zij wel degelijk een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft gestuurd conform het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Ook heeft zij geen hogere incassokosten gevorderd dan wettelijk is toegestaan. De eisende partij verzoekt de kantonrechter om bij de beoordeling van de bedingen ook rekening te houden met de omstandigheid dat zij de door de kantonrechter oneerlijk bevonden incassobedingen gaat aanpassen ‘
om twijfels daarover weg te nemen’.
2.2.
De kantonrechter volgt deze stellingen niet. Dat de eisende partij wel een veertiendagenbrief aan de gedaagde partij heeft verstuurd en geen hogere incassokosten vordert dan wettelijk is toegestaan, doet aan de oneerlijkheid van de (combinatie van de) incassobedingen niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt, is voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van het beding namelijk niet relevant. Het gaat erom dat de eisende partij met de (combinatie van de) incassobedingen de mogelijkheid heeft gecreëerd om de gedaagde partij te belasten met (veel) hogere kosten dan wettelijk is toegestaan.
2.3.
De eisende partij stelt dat zij de oneerlijk bevonden bedingen gaat aanpassen. Daarmee wordt het doel van de ambtshalve toetsing bereikt; een eind maken aan het gebruik van oneerlijke bedingen in overeenkomsten tussen gebruikers en consumenten. Gelet op wat onder r.o. 2.2. is overwogen wordt met deze voorgenomen wijziging van de bedingen door de eisende partij echter in deze zaak geen rekening gehouden.
2.4.
De conclusie is dat sprake is van oneerlijke incassobedingen en daarom worden deze bedingen vernietigd. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.5.
Ten aanzien van de ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten en de in dat kader toe te passen sanctie blijft de kantonrechter bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist.
2.6.
De eisende partij heeft in de akte overigens wel terecht opgemerkt dat het niet juist is dat productie 5 bij de dagvaarding onleesbaar is, zoals in het tussenvonnis staat vermeld. De kantonrechter heeft inmiddels geconstateerd dat achter de eerste (onleesbare) bladzijde ter verduidelijking van de eerste bladzijde door de eisende partij pagina’s 2 t/m 5 zijn toegevoegd aan productie 5.
Conclusie en proceskosten
2.7.
Gelet op het voorgaande is een bedrag van € 404,64 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 449,60 x 0.9). De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.8.
De vordering tot vergoeding van de verschenen rente zal worden afgewezen, omdat de eisende partij die rente (gelet op de toewijsbare hoofdsom) over een te hoog bedrag heeft berekend. De wettelijke rente zal worden toegewezen over de toewijsbare hoofdsom vanaf de dag van de dagvaarding.
2.9.
De gedaagde partij heeft reeds een bedrag van € 187,57 voldaan. Deze deelbetaling strekt, gelet op het bepaalde in artikel 6:44 BW Pro en wat hiervoor is overwogen, in mindering op de toewijsbare hoofdsom. Dit maakt dat een bedrag van € 217,07 zal worden toegewezen.
2.10.
De gedaagde partij wordt grotendeels in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de akte komen echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat deze genomen moest worden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 217,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 11 juni 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 137,39
griffierecht € 130,00
salaris gemachtigde € 82,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.De Algemene Voorwaarden van op Stoom en de Algemene Voorwaarden voor Kinderopvang Dagopvang en Buitenschoolse opvang 2016.