ECLI:NL:RBNHO:2025:7158

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
27 juni 2025
Zaaknummer
11325108
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatievordering wegens vertraging vlucht minder dan drie uur

AirHelp vorderde compensatie namens een passagier wegens een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de vlucht van Amsterdam naar Antalya op 10 mei 2024. De passagier had zijn vorderingsrecht aan AirHelp overgedragen middels cessie.

AirHelp stelde dat de geplande aankomsttijd was gewijzigd naar 21:00 uur, terwijl de vlucht daadwerkelijk om 00:14 uur arriveerde, wat een vertraging van meer dan drie uur zou betekenen. De vervoerder betwistte dit en stelde dat de geplande aankomsttijd altijd 21:20 uur was geweest, wat werd onderbouwd met het vliegticket.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van een schemawijziging en dat de passagier uit mocht gaan van de aankomsttijd op het vliegticket. De vertraging bedroeg derhalve minder dan drie uur. De vordering van AirHelp werd afgewezen en zij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vertraging van meer dan drie uur wordt afgewezen omdat de vertraging minder dan drie uur bedroeg.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11325108 \ CV EXPL 24-6771
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de vennootschap naar het recht harer vestiging
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Antalya. De kantonrechter oordeelt echter dat geen sprake is geweest van een schemawijziging. Derhalve is de passagier met minder dan drie uur vertraging aangekomen op de eindbestemming. De vordering van AirHelp wordt daarom afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek;
- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hem op 10 mei 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Antalya Airport (Turkije), met vlucht CD561 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagier heeft zijn vermeende vorderingsrecht middels cessie overgedragen aan AirHelp.
2.3.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming te Antalya.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
In geschil is of de vertraging van de passagier op de eindbestemming meer dan drie uur bedraagt.
4.3.
AirHelp stelt zich op het standpunt dat de vervoerder de geplande aankomsttijd van de vlucht heeft gewijzigd naar 21:20 uur (lokale tijd). Ter onderbouwing heeft zij een e-mail van 9 mei 2024 overgelegd. Hieruit volgt dat de geplande aankomsttijd van de vlucht 21:00 uur (lokale tijd) betrof. Nu de deuren zijn geopend om 00:14 uur (lokale tijd) is de passagier met een vertraging van 3 uur en 14 minuten op de eindbestemming gearriveerd, aldus AirHelp.
4.4.
De vervoerder heeft hier tegenin gebracht dat de geplande aankomsttijd van de vlucht altijd 21:20 uur (lokale tijd) is geweest. Ter onderbouwing van zijn verweer heeft hij een e-mail van 25 april 2024 met het vliegticket overgelegd.
4.5.
De kantonrechter overweegt als volgt. Hoewel de aankomsttijd op de boardingpass van de passagier verschilt van de aankomsttijd op zijn vliegticket, is er naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van een schemawijziging. De vlucht is immers niet uitgesteld. Dat de vlucht uiteindelijk vertraagd is uitgevoerd doet daar niet aan af. Volgens zijn vliegticket zou de passagier om 21:20 uur (lokale tijd) in Antalya aankomen. Dit is dan ook de aankomsttijd waar de passagier vanuit mocht gaan. Niet in geschil is dat de vlucht om 00:14 uur (lokale tijd) is aangekomen te Antalya. Derhalve is sprake van een vertraging op de eindbestemming van minder dan drie uur. De vordering van AirHelp zal daarom worden afgewezen.
4.6.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 164,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 41,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.