In deze zaak vordert Citytec B.V. betaling van brandstofkosten die zij stelt te hebben gemaakt door ongeoorloofd privégebruik van een zakelijke tankpas door werknemer [gedaagde]. De kantonrechter stelt vast dat de tankpas uitsluitend voor zakelijke doeleinden mocht worden gebruikt, maar dat werknemer deze ook privé heeft gebruikt. De werkgever heeft dit onderbouwd met tankoverzichten, rittenregistraties en gegevens over vervangend vervoer.
Werknemer betwist de volledigheid en juistheid van de stukken, maar slaagt er niet in aannemelijk te maken waarom hij 147 keer benzine heeft getankt terwijl de bedrijfswagens diesel reden. Wel heeft hij aannemelijk gemaakt dat hij op bepaalde dagen vervangend vervoer met benzineauto's had, waarvoor tanken geoorloofd was, en dat hij vanwege medische problemen toestemming had om zijn eigen benzineauto zakelijk te gebruiken.
De kantonrechter schat het rechtmatige tankgebruik op € 5.783,63 en wijst de vordering van Citytec daarom slechts gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 5.436,56. Daarnaast wordt werknemer veroordeeld tot betaling van € 308,95 wegens te veel opgenomen verlofuren. De wettelijke rente over het toegewezen bedrag wordt toegewezen, maar buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens het ontbreken van een kosteloze aanmaning. Werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten van € 1.789,54. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.