AirHelp heeft namens twee passagiers compensatie gevorderd van vervoerder Royal Air Maroc wegens een vluchtvertraging van meer dan drie uur op de vlucht van Casablanca naar Dakhla op 23 juli 2023. De vervoerder betwistte de geldigheid van de cessie van vorderingsrechten aan AirHelp en stelde dat passagiers zich niet voor de vlucht hadden gemeld.
De kantonrechter oordeelde dat de handtekeningen op de cessieaktes voldoende overeenkomen met die op de paspoorten en dat AirHelp voldoende bewijs leverde van de overdracht van rechten. Daarnaast stelde de rechter vast dat de passagiers een bevestigde boeking hadden en dat de vervoerder onvoldoende bewijs leverde dat zij niet met de vertraagde vlucht zijn meegevlogen.
Omdat de passagiers met meer dan drie uur vertraging aankwamen en de vervoerder geen ander verweer voerde, werd de compensatie van € 1.200 toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht. De vervoerder werd ook veroordeeld tot betaling van proceskosten en nakosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.