ECLI:NL:RBNHO:2025:7358

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
11593818 \ CV FORM 25-1734
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens ontbreken bevestigde boeking bij vertraagde vlucht

Passagiers hebben een vervoersovereenkomst met de luchtvaartmaatschappij aangevoerd en compensatie geëist wegens vertraging van een vlucht. Zij baseerden hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 en stelden recht te hebben op €250 per persoon. De vervoerder betwistte dat de passagiers een bevestigde boeking hadden voor de genoemde vluchten en stelde dat de overgelegde boekingsbescheiden niet overeenkwamen met de gevraagde compensatie.

De kantonrechter stelde vast dat het verzoek onvoldoende duidelijk was geformuleerd en dat de passagiers niet voldeden aan de eis van heldere en duidelijke procesvoering. Omdat de vervoerder gemotiveerd had betwist dat er een bevestigde boeking was, kon het verzoek niet slagen. De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor hoger beroep. Hiermee is het verzoek van de passagiers definitief afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot compensatie wordt afgewezen wegens het ontbreken van een bevestigde boeking.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11593818 \ CV FORM 25-1734
Uitspraakdatum: 2 juli 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1], wonende te [plaats 1]

2. [verzoeker 2]

3. [verzoeker 3]

beiden wonende te [plaats 2]
verzoekende partijen
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V. handelende onder de naam Aviclaim)
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A);
  • het verweerschrift.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten.
2.2.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht.
2.3.
De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 750,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juli 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 112,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van een vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,- per persoon. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op het verzoek en het verweer zal nader worden ingegaan bij de beoordeling van het geschil

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
De passagiers leggen aanvankelijk aan hun verzoek ten grondslag dat zij een bevestigde boeking hadden voor vlucht EC1754 van Londen naar Amsterdam. Verderop stellen zij echter aan dat zij een boeking hadden voor een vlucht van Nice naar Amsterdam, op 7 juli 2024. Zij stellen dat die laatste vlucht vertraagd is uitgevoerd.
4.3.
De vervoerder betwist het verzoek. Hij voert aan dat de passagiers geen bevestigde boeking hadden voor beide genoemde vluchten. Ook hebben de door de passagiers overgelegde boekingsbescheiden betrekking op (nog) een andere vlucht, aldus de vervoerder.
4.4.
Het verweer van de vervoerder slaagt. Omdat hij gemotiveerd heeft betwist dat de passagiers een bevestigde boeking hadden voor de beide door hen genoemde vluchten, kan het verzoek van de passagiers niet slagen. Daarbij merkt de kantonrechter op dat het vorderingsformulier zodanig rommelig is opgesteld dat niet duidelijk is welke feiten zij aan het verzoek ten grondslag leggen. Van de passagiers mag worden verwacht dat zij op heldere en duidelijke wijze procederen, zodanig dat de kantonrechter goed wordt voorgelicht en de zaak op de juiste manier kan beoordelen. Bovendien moet voor de vervoerder duidelijk zijn waartegen hij zich moet verweren. De passagiers hebben niet aan die voorwaarde voldaan. Daarom zal het verzoek van de passagiers worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De wettelijke rente over de proces- en nakosten is toewijsbaar met ingang van de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissingDe kantonrechter:

5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 135,00 aan salaris gemachtigde, en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze beschikking, wat de proceskostenveroordeling betreft, uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Koenis, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.