ECLI:NL:RBNHO:2025:7441

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
11506094
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Artikel 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieverzoek passagiers wegens vluchtvertraging door buitengewone omstandigheden

De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Praag naar Amsterdam op 15 april 2024, die met meer dan drie uur vertraging aankwam. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens deze vertraging.

De vervoerder voerde aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk beperkingen opgelegd door de luchtverkeersleiding en een avondklok op Schiphol, waardoor de vlucht werd uitgesteld tot de volgende dag. De kantonrechter oordeelde dat deze omstandigheden niet inherent zijn aan de bedrijfsvoering van de vervoerder en dat de vervoerder geen invloed had op deze situatie.

Daarnaast stelde de vervoerder dat alle redelijke maatregelen waren genomen om de vertraging te beperken, waaronder het vervoeren van passagiers op het eerstvolgende beschikbare tijdslot. De passagiers konden onvoldoende onderbouwen dat het toestel eerder had kunnen vertrekken.

De kantonrechter concludeerde dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt en dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen. Het verzoek tot compensatie werd daarom afgewezen. De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitkomst: Verzoek tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11506094 \ CV FORM 25-438
Uitspraakdatum: 2 juli 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1.[verzoeker 1]

2. [verzoeker 2]

beiden wonende te [plaats 1]
3. [verzoeker 3]wonende te [plaats 2]
4. [verzoeker 4]wonende te [plaats 3]
5. [verzoeker 5]wonende te [plaats 4] (Duitsland)
verzoekende partij
verder te noemen: de passagiers
gemachtigde: [gemachtigde] (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
easyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen (Oostenrijk)
verwerende partij
verder te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. B. Koolhaas (BK Legal)

1.Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:
  • het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 17 januari 2025;
  • het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 9 april 2025.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 15 april 2024 moest vervoeren van Prague-Ruzyne Airport (Tsjechië) naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht EC7930 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben daarom compensatie van de vervoerder verzocht.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:
- € 1.250,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 april 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 187,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.
3.2.
De passagiers baseren hun verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De kantonrechter oordeelt dat de vervoerder, met de door hem overgelegde stukken en zijn toelichting daarop, voldoende heeft onderbouwd dat de vertraging van de vlucht het gevolg is geweest van beperkingen door de luchtverkeersleiding. Daarnaast heeft hij voldoende onderbouwd dat deze vertraging ertoe heeft geleid dat de vlucht is uitgesteld tot de volgende dag omdat deze de avondklok op Schiphol zou schenden. Bovendien had de crew de vlucht vanwege de inmiddels langdurig opgelopen vertraging niet meer kunnen uitvoeren. Als een vlucht een beperking krijgt opgelegd door de luchtverkeersleiding, heeft deze niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. De instructies van de luchtverkeersleiding moeten namelijk altijd worden opgevolgd. Dit geldt ook voor de avondklok te Amsterdam. Deze omstandigheden zijn niet inherent aan de bedrijfsactiviteit van de vervoerder en deze heeft daar ook geen invloed op. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
4.4.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om (de vertraging als gevolg van) de buitengewone omstandigheden te voorkomen. De vervoerder stelt in dit verband dat hij de passagiers de volgende dag op het voor hem beschikbare tijdslot naar Amsterdam heeft vervoerd. Voor zover zij hebben aangevoerd dat het toestel eerder had kunnen vertrekken, hebben zij dit onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te beperken. Het verzoek van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt. De verzochte rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst het verzochte af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 204,00 aan salaris gemachtigde;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 102,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van deze beschikking tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.3.
verklaart deze beschikking – voor wat de proceskosten betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Kleij, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.