ECLI:NL:RBNHO:2025:7447

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
11306805
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering compensatie vertraging vlucht wegens omboeking passagier

AirHelp vorderde namens een passagier compensatie van €600 wegens een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming, gebaseerd op Verordening (EG) nr. 261/2004. De passagier had een vervoersovereenkomst met Egyptair voor een vlucht van Amsterdam via Caïro naar Entebbe, maar is niet met de vlucht meegevlogen.

De vervoerder voerde aan dat de passagier was omgeboekt op vluchten van Kenya Airways, wat door AirHelp niet is betwist. Hierdoor is vastgesteld dat er geen vertraging op de eindbestemming door de vlucht van Egyptair heeft plaatsgevonden.

De kantonrechter oordeelde dat de vordering daarom moet worden afgewezen. AirHelp werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, die uitvoerbaar bij voorraad zijn verklaard.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vertraging wordt afgewezen omdat de passagier niet met de vertraagde vlucht naar de eindbestemming is meegevlogen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11306805 \ CV EXPL 24-6494
Uitspraakdatum: 2 juli 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Egyptair Airlines Company
gevestigd te Caïro (Egypte)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten)

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 3 mei 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport via Caïro International Airport (Egypte) naar Entebbe Airport (Oeganda), met de vluchtcombinatie MS758 en MS837.
2.2.
Vlucht MS758 van Amsterdam naar Caïro (hierna: de vlucht) is uitgevoerd, maar de passagier is niet meegevlogen.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat de passagier niet aan boord van de vlucht naar haar eindbestemming is gevlogen. De vervoersovereenkomst is namelijk gewijzigd, waardoor de passagier is omgeboekt op vluchten van Kenya Airways, aldus de vervoerder. AirHelp heeft dit niet betwist, zodat dit is komen vast te staan. Van vertraging op de eindbestemming vanwege vertraging van de vlucht is derhalve geen sprake. De overige verweren behoeven dan ook geen bespreking meer.
4.3.
Gelet op het voorgaande zal de vordering tot betaling van de hoofdsom worden afgewezen. De proceskosten komen voor rekening van AirHelp, omdat zij ongelijk krijgt. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.