De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Noord-Holland om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige kampt met ADHD, ODD, hechtingsproblematiek en een verstoorde relatie met zijn moeder. Ondanks diverse hulpverleningspogingen, waaronder verblijf op crisislocaties en dagbesteding, bleef het gedrag van de minderjarige problematisch met verbale en fysieke agressie.
Tijdens de zitting gaf de minderjarige aan dat het thuis momenteel beter gaat, maar erkende ook zijn boosheid en behoefte aan een rustige plek met één-op-één begeleiding. De moeder bevestigde dat de situatie niet ideaal is en vond een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter concludeerde dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de minderjarige te veel ruimte had om niet mee te werken.
De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers voor twaalf maanden en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de maatregel direct geldt, ook bij hoger beroep. De beschikking is op 18 juni 2025 uitgesproken en op 2 juli 2025 schriftelijk vastgelegd.