Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:7450

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
4 juli 2025
Zaaknummer
C/15/365738 / JU RK 25-750
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ondertoezichtstelling van minderjarige wegens ernstige ontwikkelingsbedreiging en opvoedproblemen

De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de rechtbank Noord-Holland om een ondertoezichtstelling van een minderjarige voor de duur van een jaar, vanwege ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. De minderjarige kampt met ADHD, ODD, hechtingsproblematiek en een verstoorde relatie met zijn moeder. Ondanks diverse hulpverleningspogingen, waaronder verblijf op crisislocaties en dagbesteding, bleef het gedrag van de minderjarige problematisch met verbale en fysieke agressie.

Tijdens de zitting gaf de minderjarige aan dat het thuis momenteel beter gaat, maar erkende ook zijn boosheid en behoefte aan een rustige plek met één-op-één begeleiding. De moeder bevestigde dat de situatie niet ideaal is en vond een ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter concludeerde dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling niet voldoende kan worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de minderjarige te veel ruimte had om niet mee te werken.

De kinderrechter stelde de minderjarige onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers voor twaalf maanden en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Dit betekent dat de maatregel direct geldt, ook bij hoger beroep. De beschikking is op 18 juni 2025 uitgesproken en op 2 juli 2025 schriftelijk vastgelegd.

Uitkomst: De minderjarige wordt voor twaalf maanden onder toezicht gesteld wegens ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/365738 / JU RK 25-750
Datum uitspraak: 18 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbeschermingte Haarlem,
hierna te noemen de Raad,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
de gecertificeerde instelling
De Jeugd- en Gezinsbeschermers, hierna te noemen de GI.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 mei 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad;
- [vertegenwoordiger van de GI] namens de GI.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [de minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [de minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij zijn moeder.

3.Het verzoek

3.1.
De Raad verzoekt [de minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Als onderbouwing van het verzoek heeft de Raad naar voren gebracht dat er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [de minderjarige] . Er zijn al langere tijd zorgen over zijn opvoedsituatie. Er is bij [de minderjarige] sprake van ADHD, ODD, een verstoorde ouder-kind relatie en hechtingsproblematiek. Autisme is onderzocht, maar er is geen officiële diagnose. Er hebben vanaf 2022 meerdere incidenten plaatsgevonden in de thuissituatie waarbij [de minderjarige] verbaal en/of fysiek agressief is geworden. Naar aanleiding van deze zorgen heeft [de minderjarige] meerdere keren op een andere plek verbleven, zoals een crisisplek, een gezinshuis, Huize Edgar en dagbesteding Young Heroes. Daar liet hij echter ook fysiek en verbaal agressief gedrag zien tegenover hulpverleners en heeft hij vernielingen aangericht, waarna hij daar ook weer weg moest. Ook is er al veel hulpverlening ingezet, met onvoldoende resultaat. [de minderjarige] verblijft op dit moment thuis bij zijn moeder, zus en zusje. Het risico waarbij het opnieuw escaleert in de thuissituatie is groot. [de minderjarige] is vanwege zijn problematiek onvoldoende in staat om structuur, regelmaat en begrenzing te accepteren. De moeder is vanwege de problematiek van [de minderjarige] onvoldoende in staat om dit te bieden; zij vindt het moeilijk om op een passende wijze aan te sluiten bij de opvoedbehoeften van [de minderjarige] . Het RET is in staat om op korte termijn passende hulp te bieden en kan uitzoeken wat een geschikte woonplaats voor [de minderjarige] is.

4.De standpunten

4.1.
[de minderjarige] vindt dat het nu wel goed gaat thuis. Hij is een paar keer boos geworden, maar dat betekent niet gelijk dat het slecht gaat thuis. [de minderjarige] wil niet over gevoelige dingen praten en als iemand dat toch probeert, wordt hij boos. Hij heeft een rustige plek met één op één begeleiding nodig, waar hij aan zichzelf kan werken. [de minderjarige] wil niet meer met andere jongeren samenwonen.
4.2.
De moeder brengt naar voren dat het op dit moment thuis rustig is, maar de situatie is niet ideaal. Zij is teleurgesteld in de betrokken hulpverlening. De moeder denkt dat een ondertoezichtstelling noodzakelijk is.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. [1] De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt ernstig bedreigd, omdat er al een hele lange tijd zorgen zijn over hoe het met hem gaat. Er is al best veel hulp ingezet en [de minderjarige] heeft op veel verschillende plekken gewoond. Uit het verzoek van de Raad en hetgeen op de zitting is verteld blijkt dat het de laatste tijd toch weer iets minder goed gaat. [de minderjarige] kan heel erg boos worden en is dan niet meer te begrenzen. Op dit moment gaat [de minderjarige] niet naar school en hij werkt ook niet. Het is belangrijk dat [de minderjarige] dagbesteding vindt en dat gekeken wordt naar waar [de minderjarige] het beste kan gaan wonen. De ondertoezichtstelling zal hierbij als een stok achter de deur fungeren, nu [de minderjarige] zal moeten meewerken aan de in te zetten hulpverlening.
5.3.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de hulp die tot nu toe getracht is in te zetten te vrijblijvend is geweest, in die zin dat [de minderjarige] te veel ruimte had om hieraan niet mee te werken en zijn eigen plan te trekken.
5.4.
De kinderrechter stelt [de minderjarige] onder toezicht voor de duur van een twaalf maanden. Deze periode is nodig om aan de doelen te werken.
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
stelt [de minderjarige] onder toezicht van Stichting De Jeugd- & Gezinsbeschermers met ingang van 18 juni 2025 tot 18 juni 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. G.D. de Jong, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2025, in aanwezigheid van mr. K. Hoogkamer als griffier, en op schrift gesteld op 2 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:255 BW Pro.