Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2025 in de zaak tussen
de burgemeester van Zaanstad,
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
envrienden. Gelet op de wijze waarop [naam 2] heeft verklaard, kan daaruit worden begrepen hij tussen de aanwezige personen op het feestje een onderscheid heeft gemaakt, namelijk collega’s en (daarnaast) vrienden. Hij heeft niet verklaard dat alle op het feestje aanwezige personen werknemers
enzijn vrienden zijn. De stelling van eiser dat alle aanwezigen in dienst waren van de pizzeria, is ook op geen enkele wijze onderbouwd. Dat geldt ook voor de vriendin van [naam 2] . Ook ten aanzien van haar heeft eiser op de zitting verklaard dat zij in dienst was van de pizzeria, maar ook dat is verder niet onderbouwd. De politieambtenaren hebben ook verklaard dat na gesprekken met [naam 2] en zijn vriendin is geconstateerd dat het merendeel van de personen op het feest vrienden van beiden waren. Dat uit de overgelegde (ongedateerde) whatsappberichten waarin mensen worden uitgenodigd voor het personeelsfeestje, kan worden afgeleid dat het niet de bedoeling was dat er anderen zouden komen op het feestje dan personen werkzaam in de pizzeria, laat onverlet dat er kennelijk ook vrienden die niet werkzaam zijn bij de pizzeria op het feestje zijn afgekomen en ook zijn toegelaten. Vrienden die niet werkzaam zijn bij de pizzeria moeten worden aangemerkt als bezoekers in de zin van artikel 2:27, zevende lid, van de Apv en zij vallen niet onder de in voornoemd artikel genoemde uitzonderingen.