Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , wonende te [woonplaats] NH, eiseres
de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.
Inleiding
Feiten
Geschil
In geschil zijn de afbakening van de onroerende zaak en de bepaling van de waarde(n) van de onroerende zaak (onroerende zaken) op de waardepeildatum 1 januari 2022 (hierna: de waardepeildatum).
- de woningen A en B zijn kadastraal niet gesplitst en mogen ook niet meer gesplitst worden;
- de woningen A en B zijn beide aangesloten op één cv-ketel en één elektra-aansluiting;
- losse verkoop van de woningen A en B is juridisch onmogelijk.
- de woningen A en B zijn als twee aparte WOZ-objecten beoordeeld, aangezien deze bij verschillende gebruikers in gebruik zijn;
- in de makelaarsadvertentie wordt gesproken over “twee zelfstandige, verhuurde appartementen”;
- de woningen A en B zijn beide voorzien van een eigen keuken en eigen sanitaire voorzieningen;
- de woningen A en B zijn voorzien van twee officiële huisnummers.
Beoordeling door de rechtbank
€ 5.195, waarbij de kwaliteit en het onderhoud van de woningen A en B als voldoende is aangeduid. De voor de woningen A en B gehanteerde vierkantemeterprijzen zijn aanzienlijk lager dan de vierkantemeterprijzen van de vergelijkingsobjecten. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met het voorgaande aannemelijk heeft gemaakt dat bij de waardering van de woningen A en B voldoende rekening is gehouden met de verschillen tussen deze woningen en de vergelijkingsobjecten.
Beslissing
mr. W.G. van Gastelen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
8 juli 2025.