ECLI:NL:RBNHO:2025:7768
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering terugbetaling achtergestelde lening op grond van Duits recht
Deze zaak betreft de terugbetaling van een achtergestelde lening verstrekt door gedaagde aan SQ, een Duitse rechtspersoon. SQ vorderde terugbetaling van € 200.000,- plus rente en incassokosten, stellende dat de lening onrechtmatig was afgelost in strijd met de achterstellingsbepalingen en het toepasselijke Duitse recht.
De rechtbank oordeelde dat gedaagde zijn contractuele verplichtingen niet had geschonden en dat de leningsovereenkomst conform Duits recht was afgewikkeld. Hoewel gedaagde erkende dat de lening zonder wettelijke grondslag was terugbetaald, slaagde hij in zijn beroep op § 814 BGB, omdat SQ wist dat zij niet verplicht was tot terugbetaling en gedaagde gerechtvaardigd mocht vertrouwen het bedrag te behouden.
De rechtbank concludeerde dat SQ onvoldoende feiten had gesteld waaruit bleek dat gedaagde op de hoogte was van het ontbreken van vrij vermogen bij SQ. De vorderingen werden daarom afgewezen en SQ werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van SQ af en veroordeelt SQ in de proceskosten.