ECLI:NL:RBNHO:2025:7943

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
11140691 \ CV EXPL 24-3646
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:83 sub b BWArt. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder veroordeeld tot compensatie wegens vluchtvertraging zonder buitengewone omstandigheid

De passagiers hadden een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam naar Caïro op 31 augustus 2022, die met meer dan drie uur vertraging aankwam. De passagiers droegen hun vorderingsrecht over aan Airhelp, die compensatie vorderde op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde verweer dat hij niet in verzuim was en dat de vertraging werd veroorzaakt door een technisch defect aan de brake accumulator, wat een buitengewone omstandigheid zou zijn. De kantonrechter oordeelde dat de vordering terstond opeisbaar is en verzuim zonder ingebrekestelling intreedt op de datum van de vlucht.

De kantonrechter stelde vast dat een technisch mankement in beginsel inherent is aan de normale bedrijfsuitoefening en geen buitengewone omstandigheid vormt, tenzij sprake is van verborgen fabricagefout, sabotage of terrorisme, wat niet is gesteld of gebleken. De vervoerder kon daarom niet worden vrijgesteld van compensatieplicht.

De vordering tot betaling van €800, vermeerderd met wettelijke rente, werd toegewezen, evenals de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €800 compensatie en proceskosten wegens vluchtvertraging zonder buitengewone omstandigheid.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11140691 \ CV EXPL 24-3646
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 31 augustus 2022 vervoeren van Amsterdam naar Caïro (Egypte), met vlucht MS758 (hierna: de vlucht).
2.2.
De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht overgedragen aan Airhelp.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,- per passagier (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Het meest verstrekkende verweer van de vervoerder is dat de vordering moet worden afgewezen, omdat hij niet in verzuim is. De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat de aanmaning van 19 oktober 2023 niet namens de juiste partij is verstuurd. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, sprake is van een vordering tot vergoeding van forfaitair berekende schade. Deze schade is terstond opeisbaar. [1] Dat betekent dat het verzuim zonder ingebrekestelling intreedt op het moment dat de schade wordt geacht te zijn geleden (in dit geval de vluchtdatum). De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij.
4.3.
Vast staat dat de vlucht met 4 uur en 25 minuten vertraging in Caïro is aangekomen, zodat de vervoerder in beginsel een compensatieplicht heeft. Dit is anders indien de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.
4.4.
De vervoerder heeft in dit verband aangevoerd dat sprake was van een technisch defect aan de ‘brake accumulator’. Hoewel alle voorgeschreven technische inspecties en onderhoudswerkzaamheden waren uitgevoerd, trad er een fout op die de piloot als verdacht aanmerkte. Nadat de piloot de fout had gemeld bij de luchtverkeersleiding mocht het toestel niet zonder nadere inspectie en goedkeuring vertrekken. Dat heeft tot een vertraging van vier uur geleid.
4.5.
De kantonrechter overweegt dat een technisch mankement, of een indicatie daarvan, in beginsel moet worden beschouwd als inherent aan de normale uitoefening van de activiteiten van een vervoerder en daarom geen buitengewone omstandigheid oplevert. Dit is slechts anders indien sprake is van een verborgen fabricagefout of schade door sabotage of terrorisme. [2] Gesteld noch gebleken is dat daarvan sprake was. De kantonrechter is daarom van oordeel dat het defect aan het toestel geen buitengewone omstandigheid oplevert. Ten aanzien van de overige vertraging (25 minuten) heeft de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan.
4.6.
De kantonrechter komt niet toe aan de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om vertraging te voorkomen dan wel te beperken. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal worden toegewezen.
4.7.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De gevorderde rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 31 augustus 2022 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 6:83 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
2.HvJEU 17 september 2015, C-257/14, ECLI:EU:C:2015:618.