ECLI:NL:RBNHO:2025:7948

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
10948132 \ CV EXPL 24-1375
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 53 herziene EEX-Verordening
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Passagier krijgt compensatie voor instapweigering ondanks omboeking en vertraging

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Madrid naar Porto. Door vertraging van de eerste vlucht arriveerde hij te laat voor zijn aansluitende vlucht UX1143. Hoewel hij werd omgeboekt naar een latere vlucht, werd hem de toegang tot de oorspronkelijke aansluitende vlucht geweigerd.

De passagier vorderde compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De kantonrechter stelde vast dat de passagier zich tijdig bij de gate had gemeld en dat instappen nog mogelijk was, waardoor sprake was van instapweigering zonder geldige reden.

De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €400 compensatie en proceskosten, maar de vordering tot buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Het verzoek om een certificaat werd eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €400 compensatie aan de passagier wegens onterechte instapweigering.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10948132 \ CV EXPL 24-1375
Uitspraakdatum: 4 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser]
wonende te [plaats] (Duitsland)
eiser
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares (Spanje), mede kantoorhoudende te Schiphol
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: [gemachtigde]

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hem op 1 april 2023 vervoeren van Amsterdam via Madrid (Spanje) naar Porto (Portugal), met vluchten UX1098 en UX1143.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Madrid (UX1098) is vertraagd uitgevoerd.
2.3.
De passagier is niet meegevlogen met vlucht UX1143 naar Porto. De passagier is omgeboekt naar vlucht UX1141, waarmee hij 5 uur en 2 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Porto is aangekomen.
2.4.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 72,60 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van Pro de herziene EEX-Verordening.
3.3.
De passagier baseert zijn vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder hem moet compenseren met een bedrag van € 400,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.4.
De vervoerder voert betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat vlucht UX1098 om 14:26 uur (lokale tijd) met 46 minuten vertraging in Madrid is aangekomen. Vlucht UX1143 stond gepland om 15:00 uur (lokale tijd) uit Madrid te vertrekken. Bij aankomst van vlucht UX1098 bleek echter dat ook vlucht UX1143 was vertraagd.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat passagier voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij zich (ondanks de vertraging van vlucht UX1098) voor vlucht UX1143 heeft gemeld en dat instappen op dat moment nog mogelijk was. Daarmee is sprake van een instapweigering. Dat betekent dat de passagier in beginsel recht heeft op compensatie, tenzij de weigering is gebaseerd op redelijke gronden. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter echter geen sprake. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.
4.4.
Van passagier(s) mag worden verwacht dat zij zich, ook bij vertraging, maximaal inspannen om hun aansluitende vlucht(en) te halen, zélfs als dat op papier niet meer mogelijk lijkt. Wanneer zij zich tijdig bij de gate melden, dient de vervoerder hen dan ook toe te laten tot de vlucht. Het enkele feit dat de vervoerder de passagier reeds had omgeboekt naar vlucht UX1141, vormt dan ook geen geldige reden om hem de toegang tot vlucht UX1143 te weigeren. De vordering tot compensatie wordt toegewezen.
4.5.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.6.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Daarbij wordt hij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de passagier worden gemaakt.
4.7.
Het gevorderde certificaat wordt bij gebrek aan belang afgewezen.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 400,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 april 2023 tot aan de dag van de gehele betaling;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 87,00;
salaris gemachtigde € 164,00;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter