Uitspraak
[naam 1](hierna: erflaatster), geboren te [plaats 1] op [datum 1] en overleden op te [plaats 2] op [datum 2] , laatst gewoond hebbende te [plaats 2] .
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster heeft namens haar minderjarige kind, erfgenaam van een nalatenschap, verzocht om verlenging van de termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap. De minderjarige is kleinzoon van de overledene en wordt bij plaatsvervulling erfgenaam.
De kantonrechter oordeelt dat de rechtbank bevoegd is op grond van de Europese Erfrechtverordening, omdat de overledene haar gewone verblijfplaats in Nederland had. De wettelijke termijn van drie maanden voor het afleggen van de verklaring liep af op 20 december 2024, maar het verzoek tot verlenging is tijdig ingediend op 19 december 2024.
Gezien het lopende verzoek bij een buitenlandse rechter om machtiging tot verwerping en de belangen van de minderjarige acht de kantonrechter het redelijk de termijn met vier maanden te verlengen tot 20 april 2025. Indien geen keuze wordt gemaakt binnen deze termijn, geldt de nalatenschap als beneficiair aanvaard.
De griffier wordt opgedragen de verlenging in het boedelregister in te schrijven. De beschikking is openbaar uitgesproken op 29 januari 2025 door mr. S.W.S. Kiliç.
Uitkomst: De termijn voor het uitbrengen van een verklaring van verwerping of beneficiaire aanvaarding door de wettelijke vertegenwoordiger van de minderjarige erfgenaam wordt verlengd tot 20 april 2025.