Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
[bedrijf]
Rechtbank Noord-Holland
Verzoeker heeft bij de voorzieningenrechter verlof gevraagd voor conservatoir beslag op de woning en auto’s van verweerder, met een vordering van €202.252 vermeerderd met rente en kosten. De voorlopige verlofverlening vond plaats op 9 mei 2025. Na het horen van partijen en het overleggen van aanvullende producties heeft de rechtbank op 24 juli 2025 een definitieve beslissing genomen.
Verweerder voerde onder meer aan dat zij door haar ex-partner was misbruikt en dat de leningsovereenkomsten onvoldoende onderbouwd zijn, alsmede dat het beslag op haar woning onevenredig bezwarend is. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende economisch actief is en verantwoordelijkheid draagt voor de vorderingen, en dat het beroep op misbruik van omstandigheden niet slaagt.
De rechtbank stelt vast dat de vordering van verzoeker voorlopig op €262.927,60 wordt begroot. Het beslag op de woning wordt definitief verleend, maar zal worden opgeheven zodra verweerder €150.000 betaalt en voor het resterende bedrag auto’s met een marktwaarde van €70.000 in gerechtelijke bewaring worden gegeven. Het verzoek tot beslag op de auto’s wordt afgewezen omdat deze niet langer op naam van verweerder staan en het verhaal voldoende is veiliggesteld.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het conservatoir verlof voor beslag op de woning wordt deels definitief verleend met opheffing onder voorwaarden, het beslag op de auto’s wordt geweigerd.