Betrokkene heeft een verstandelijke beperking en autistische stoornis en is niet in staat zijn belangen zelf te behartigen. Vader en moeder waren samen benoemd tot mentoren en bewindvoerders. Na problemen in het financiële beheer en het niet aanvragen van een PGB, werd een professionele bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder verzocht het ontslag van beide ouders als mentoren, maar trok het verzoek voor de moeder in.
De bewindvoerder stelde dat de vader gelden van betrokkene onttrok en schulden veroorzaakte, wat niet in het belang van betrokkene was. De moeder en bewindvoerder gaven aan dat de verstandhouding tussen ouders ernstig verstoord was, waardoor samenwerking onmogelijk was. De vader betwistte de aantijgingen en benadrukte zijn betrokkenheid en kennis van betrokkene.
De kantonrechter oordeelde dat het belang van betrokkene gediend is met het ontslag van de vader als mentor vanwege de financiële onregelmatigheden, het verstoorde contact tussen ouders en het gebrek aan vertrouwen. De moeder blijft mentor omdat zij het merendeel van de verzorging op zich neemt en er geen gewichtige redenen zijn haar te ontslaan. De voorgestelde opvolger door vader werd niet geschikt bevonden.