De veroordeelde is bij arrest van het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot betaling van een ontnemingsbedrag van € 2.521.909,-, dat na aftrek van beslag en betalingen nog € 2.258.666,50 bedraagt. Na onherroepelijkheid van de maatregel is volledige betaling uitgebleven en is de veroordeelde in gijzeling genomen.
Op 19 maart 2025 heeft de veroordeelde een verzoek ingediend tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wegens betalingsonmacht, stellende dat hij onvoldoende inkomen en vermogen heeft. De rechtbank heeft dit verzoek op 30 juni 2025 behandeld.
De rechtbank oordeelt dat de veroordeelde onvoldoende concrete en verifieerbare gegevens heeft overgelegd om zijn betalingsonmacht aannemelijk te maken. Zo is het vermogen niet overtuigend ontkend en zijn de financiële gegevens onvoldoende onderbouwd. Het verzoek wordt daarom afgewezen.