Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:8371

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 juli 2025
Zaaknummer
C/15/359547 / JU RK 24-1789
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige in pleeggezin

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugd- & Gezinsbeschermers tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds oktober 2023 onder toezicht staat en in een pleeggezin verblijft.

De minderjarige vertoont sociaal-emotionele problemen en heeft intensieve begeleiding nodig vanwege trauma- en hechtingsproblematiek. De omgang met de moeder is beperkt vanwege haar gezondheidsproblemen en gebrek aan een vast woonadres. Een mogelijke plaatsing bij de grootouders aan moederszijde is onderzocht, maar gelet op de zorgbehoefte van de minderjarige en de zorg voor zijn halfzus wordt dit niet passend geacht.

De kinderrechter overweegt dat het belang van de minderjarige voorop staat en acht verlenging van de uithuisplaatsing in het huidige pleeggezin noodzakelijk. Tevens wordt de vader gehoord, die contact met de minderjarige wenst. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de machtiging verlengd tot 16 januari 2026.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 16 januari 2026 en de beschikking is direct uitvoerbaar verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/359547 / JU RK 24-1789
Datum uitspraak: 3 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling de Jeugd- & Gezinsbeschermers,
gevestigd te Alkmaar,
hierna te noemen de GI.
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] ,
hierna te noemen [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat mr. J. Brouwer, kantoorhoudende te Rotterdam,
[de vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaats] ,
[de pleegouders],
hierna te noemen de pleegouders,
wonende in [plaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 december 2024
  • een beschikking van deze rechtbank van 12 december 2024;
  • aanvullende informatie van de GI, ingekomen op 20 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- [vertegenwoordiger van de GI] en [vertegenwoordiger van de GI] , namens de GI;
- mr. A. van der Pol, waarnemend advocaat van de moeder;
- de vader.
1.3
De pleegouders zijn, met voorafgaand bericht, niet ter zitting verschenen.
1.4
De moeder is niet ter zitting verschenen. Zij heeft na de zitting contact opgenomen met de griffie en doorgegeven waarom zij niet ter zitting aanwezig kon zijn.
1.5
De vader is op een apart tijdstip gehoord, in aanwezigheid van mevrouw
[vertegenwoordiger van de GI] van de GI.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] staat sinds 17 oktober 2023 onder toezicht. Deze maatregel is voor het laatst bij beschikking van 12 december 2024 verlengd met een jaar, tot 16 januari 2025.
2.3.
[de minderjarige] is sinds 17 oktober 2023 uit huis geplaatst in een pleeggezin. Deze maatregel is voor het laatst bij beschikking van 12 december 2024 verlengd, tot 16 juli 2025. Hierbij heeft de kinderrechter de beslissing op het verzoek van de GI voor het overige aangehouden.
2.4.
[de minderjarige] verblijft bij [de pleegouders] in [plaats] .

3.Het verzoek

3.1.
De GI heeft het verzoek tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing (voor de duur van de ondertoezichtstelling) gehandhaafd, en verzocht om deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI heeft hiertoe – zakelijk weergegeven – het volgende aangevoerd.
3.2
[de minderjarige] woont sinds december 2024 in een perspectiefbiedend nieuw pleeggezin. Hij ontwikkelt zich op bepaalde vlakken positief, maar er bestaan ook zorgen over zijn sociaal emotionele ontwikkeling en leerprestaties. [de minderjarige] functioneert niet zonder intensieve één op één begeleiding. Zonder nabijheid en structuur raakt hij snel gefrustreerd en angstig, wat zich uit in grensoverschrijdend (fysiek en verbaal) gedrag. Zijn trauma- en hechtingsproblematiek speelt hierbij een grote rol. Medio mei 2025 is [de minderjarige] begonnen met therapie, gericht op het verwerken van ingrijpende gebeurtenissen en het versterken van zijn sociaal-emotionele weerbaarheid. Om [de minderjarige] hiervoor de ruimte te geven, is de omgang met de moeder teruggebracht naar eenmaal per vier weken. De omgang verloopt goed, maar [de minderjarige] laat na de omgang geregeld lichamelijke en emotionele klachten zien.
3.3
De moeder beschikt sinds mei 2025 niet meer over een vast woonadres en
kampt nog altijd met gezondheidsproblematiek. Onderzocht is of een plaatsing van
[de minderjarige] bij zijn grootouders (mz) mogelijk is. Dit wordt door iHub niet passend geacht,
gelet op de specifieke opvoedingsbehoefte van [de minderjarige] . Daarbij woont halfzus [halfzus]
al bij de grootouders (mz), wat gelet op de beginnende pubertijd veel draagkracht van haar opvoeders vraagt. De GI acht het daarom van belang dat [de minderjarige] in het pleeggezin kan blijven wonen.
4.
De standpunten
4.1
Mr. Van der Pol heeft namens de moeder geen standpunt naar voren kunnen brengen, omdat hij voor de zitting geen contact met haar heeft kunnen krijgen.
4.2
De vader heeft aangegeven dat hij graag contact wil met [de minderjarige] . Dit heeft
hij al eerder bij de GI aangegeven, maar er is nooit wat mee gedaan. De moeder heeft onwaarheden over de vader verteld, waardoor hij in een kwaad daglicht is komen te staan. De vader heeft een moeilijke periode achter de rug, maar hij heeft zijn leven weer opgepakt.

5.De beoordeling

5.1
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat
de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [1] De kinderrechter neemt hierbij het volgende in overweging.
5.2
De kinderrechter heeft de machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] bij beschikking van 12 december 2024 verlengd met zes maanden. De beslissing op het verzoek van de GI is voor het overige aangehouden, zodat kon worden onderzocht of een plaatsing van [de minderjarige] bij zijn grootouders (moederszijde, hierna: mz) mogelijk zou zijn.
5.3
Hoewel het doorgaans de voorkeur heeft om een kind binnen het netwerk te plaatsen, is gebleken dat een plaatsing van [de minderjarige] bij zijn grootouders (mz) niet passend
is. Dit vanwege de problematiek van [de minderjarige] en de hieruit voortkomende grote zorgbehoefte, in combinatie met het feit dat de grootouders al de zorg dragen voor de oudere halfzus
van [de minderjarige] . Hierdoor wordt er bij de grootouders (mz) geen ruimte gezien om [de minderjarige] de structuur en intensieve begeleiding te bieden die hij nodig heeft.
5.4
De kinderechter is gelet op het voorgaande met de GI van oordeel dat het belangrijk is dat [de minderjarige] in het huidige, perspectiefbiedende pleeggezin kan blijven wonen. Daarom zal het verzoek van de GI tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing voor de overige zes maanden worden toegewezen.
5.5
Ten overvloede merkt de kinderrechter op dat het belangrijk is om in de komende periode ook te bekijken welke rol de vader in het leven van [de minderjarige] kan spelen, nu de vader heeft aangegeven dat hij contact met [de minderjarige] wil. Hierbij staat wel het belang van [de minderjarige] en wat hij hierin al dan niet aankan, voorop.
5.6
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [plaats] , in een voorziening voor pleegzorg tot 16 januari 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025 door mr. A.S. van Leeuwen, kinderrechter, in aanwezigheid van S. Rebel als griffier, en op schrift gesteld op 15 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.