Uitspraak
1.De procedure
- het verweerschrift, met 10 bijlagen;
- de mondelinge behandeling van 2 juli 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Woonwaard vordert in kort geding de ontruiming van een sociale huurwoning omdat de huurder sinds juli 2020 tot november 2023 niet in de woning woonde, wat een toerekenbare tekortkoming in de huurovereenkomst vormt. De huurder stelt dat de woning onbewoonbaar is door diverse gebreken, waaronder geluidsoverlast, acetonlucht, benzinelucht en vacuümzuiging, en verlangt een onafhankelijk deskundigenonderzoek.
De kantonrechter stelt vast dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd voor de gebreken en dat Woonwaard meerdere controles heeft uitgevoerd zonder de huurder in de woning aan te treffen. Gelet op het feit dat de huurder geen intentie heeft terug te keren en Woonwaard een spoedeisend belang heeft vanwege wachtlijsten, wordt de ontruimingsvordering toegewezen.
De kantonrechter wijst de dwangsom af omdat de veroordeling tot ontruiming al een voldoende executiemiddel vormt. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huur vanaf 1 juni 2025 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen en betaling van huur en proceskosten.