Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
“we”feitelijk
“ze”, te weten de groep als zodanig.
“tellies”waarover wordt gezegd: “
Geef het aan [verdachte] (fon) (nwg) [verdachte] geeft het aan mij.”Middels telecommunicatieonderzoek komt de politie uit bij de verdachte, waarna ook zijn telefoon wordt afgeluisterd. Evenals de politie gaat de rechtbank ervan uit dat met [verdachte] geduid wordt op de verdachte.
“mijn DNA zit…”.Hij legt [medeverdachte 3] uit dat:
“hoe heet het daarmee is geprikt”en dat het mes wel is schoongemaakt, maar niet goed. De verdachte zegt daarbij:
“we hadden de hele fles eroverheen gekankerd alleen hadden we geen doekje”.
“broer dat zeg ik als de politie gaat onderzoeken en ze vinden onze vingerafdrukken dan zijn we ook de lul”.
“maar we hebben schoongemaakt”.
“we”,hij eigenlijk
“ze”heeft bedoeld, namelijk de anderen van de groep. De rechtbank kan de verdachte niet volgen in zijn verklaring op dit punt. Immers, uit voornoemde gesprekken met [medeverdachte 3] en [hoofdverdachte 2] in het dossier blijkt dat de verdachte in deze gesprekken niet alleen het woord
“we”gebruikt, maar ook het woord
“ze”.Zo gebruikt hij het woord
“ze”als hij het heeft over de aanhouding van de anderen van de groep. Ook op dit punt zal de rechtbank de verklaring van de verdachte daarom ook als ongeloofwaardig terzijde stellen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de straf
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
90 urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van een werkstraf, bij het niet of niet naar behoren daarvan verrichten te vervangen door 45 dagen jeugddetentie.