Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
Bij de beoordeling van de mate van schuld komt het aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Het gedrag van de verdachte dient daarvoor te worden afgemeten aan dat wat van een bestuurder in het algemeen en gemiddeld genomen mag worden verwacht. In zijn algemeenheid kan niet worden aangegeven of een enkele verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemd artikel. Verder kan ook niet uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag worden afgeleid dat sprake is van schuld als bedoeld in deze bepaling.
- niet de nodige voorzichtigheid te betrachten en/of onvoldoende aandacht te hebben voor het verkeer en/of de verkeerssituatie ter plaatse en
- een voor hem rijdende fietser (te weten [slachtoffer] ) gevaarlijk in te halen op die Vinkenstraat en
- tijdens het inhalen van die fietser te dicht naast die fietser te rijden en onvoldoende ruimte over te laten tussen hem en die fietser en
- met zijn lijnbus de fiets van die [slachtoffer] tijdens het inhalen aan te raken en in botsing te komen met de fiets van die [slachtoffer] , waardoor die fietser ten val komt,
waardoor die fietser (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten ribfracturen, een klaplong en armletsel werd toegebracht.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
negentig (90) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door vijfenveertig (45) dagen hechtenis.
zes (6) maanden. Beveelt dat deze bijkomende straf
nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
twee (2) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
€ 35.000,-(vijfendertigduizend euro), bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 23 juni 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.