ECLI:NL:RBNHO:2025:8517

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
24 juli 2025
Zaaknummer
11111779 \ CV EXPL 24-3188
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing compensatieclaim wegens vluchtvertraging door buitengewone omstandigheden

De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Amsterdam via Singapore naar Indonesië, waarbij zij door vertraging van de eerste vlucht haar aansluitende vlucht miste en met meer dan drie uur vertraging aankwam. Zij vorderde compensatie van €600 op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde aan dat de vertraging grotendeels werd veroorzaakt door een tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol en een late tow truck, omstandigheden die als buitengewoon worden aangemerkt. De rechtbank stelde vast dat het afladen van bagage van niet-verschenen passagiers vanwege congestieproblemen en de noodzaak van een nieuwe gewichtsverdelingsberekening ook aanzienlijke vertraging zou hebben veroorzaakt.

De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van buitengewone omstandigheden en dat hij alle redelijke maatregelen had getroffen om de vertraging te beperken, waaronder het omboeken van de passagier naar een latere vlucht. De vordering tot compensatie werd daarom afgewezen. De passagier werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitkomst: De vordering tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen wegens buitengewone omstandigheden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11111779 \ CV EXPL 24-3188
Uitspraakdatum: 25 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. R. Bos (Aviclaim)
rolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Singapore Airlines Ltd
gevestigd te Singapore (Singapore)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J. Croon

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 25 april 2022 vervoeren van Amsterdam via Singapore (Singapore) naar Ngurah Rai (Indonesië), met vluchten SQ323 en SQ938.
2.2.
De vlucht van Amsterdam naar Singapore (SQ323, hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht SQ938 gemist. Zij is omgeboekt naar vlucht SQ944, waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- € 90,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. Hij heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging van de vlucht voor de duur van 2 uur en 40 minuten is veroorzaakt door een groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol, en voor 35 minuten door een late tow truck.
4.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er op de datum van de vlucht sprake was van groot tekort aan beveiligingspersoneel op Schiphol. Hierdoor ontstonden er extreem lange wachtrijen met vertrekkende passagiers. Als gevolg van het niet op tijd door Schiphol afhandelen van de vertrekkende passagiers bij de security check, kwamen veel passagiers te late aan bij de gate voor hun vlucht. Hoewel de (operationele) keuze van de vervoerder om op verlate passagiers te wachten hem in beginsel niet ontslaat van de verplichting om gedupeerde passagiers te compenseren, heeft de vervoerder in dit geval voldoende aannemelijk gemaakt dat afladen van bagage van de niet-verschenen passagiers net zoveel (of zelfs meer) vertraging zou hebben veroorzaakt. Het afladen van ruim 50 stuks bagage zou er namelijk ten eerste toe hebben geleid dat er opnieuw een gewichtsverdelingsberekening van de vlucht gemaakt zou moeten worden, omdat zoveel bagage verwijderen invloed heeft op de belading van de vlucht. Bovendien is de vervoerder voor het afladen van bagage afhankelijk van de faciliteiten van de luchthaven, en had ook de grondafhandeling van Schiphol op de datum van de vlucht te kampen met congestieproblemen. Dit heeft niet alleen tot lange wachtrijen bij het afladen van bagage geleid (meerdere vliegtuigen wilde tegelijk bagage geoffload hebben), maar zorgde er ook voor dat de planning voor het afduwen van vliegtuigen niet meer kon worden nagekomen. De late aankomst van de tow truck is daarvan (eveneens) het directe gevolg geweest. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
4.4.
De vertraging van de vlucht is vervolgens nog met acht minuten opgelopen door tegenwind. Gesteld noch gebleken is dat de passagiers de aansluitende vlucht evengoed hadden gemist indien enkel deze (niet buitengewone) vertraging zich had voorgedaan.
4.5.
De vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken moet bevestigend worden beantwoord. De vervoerder heeft toegelicht dat hij de passagiers heeft omgeboekt op de eerstvolgende vlucht naar Ngurah Rai. Niet valt in te zien welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen om de vertraging te voorkomen dan wel te beperken. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers. Daarbij worden zij ook veroordeeld tot betaling van nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening plaatsvindt, met de kosten van betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt
,te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter