ECLI:NL:RBNHO:2025:8576

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
25 juli 2025
Zaaknummer
11202250 \ CV EXPL 24-4794
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering compensatie vertraging vlucht Caïro-Entebbe toegewezen

De passagier had met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam via Caïro naar Entebbe. De vlucht MS835 van Caïro naar Entebbe was vertraagd, waarop Airhelp namens de passagier compensatie vorderde op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder betwistte de vordering, maar heeft de vertraging onvoldoende gemotiveerd betwist en geen beroep gedaan op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter stelde vast dat Airhelp aan haar stelplicht had voldaan door het vluchtnummer en datum te noemen en dat de passagier haar vorderingsrecht aan Airhelp had overgedragen.

Hoewel de vervoerder stelde dat Airhelp niet had gereageerd op verzoeken om een handgeschreven verklaring, vond de kantonrechter dit niet redelijk en compenseerde de proceskosten door iedere partij haar eigen kosten te laten dragen. De vervoerder werd veroordeeld tot betaling van €600 plus wettelijke rente vanaf 26 juni 2022, uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vervoerder is veroordeeld tot betaling van €600 compensatie en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11202250 \ CV EXPL 24-4794
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Egyptair Airlines Company
kantoorhoudende te Amsterdam
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 25 en 26 juni 2022 vervoeren van Amsterdam via Caïro (Egypte) naar Entebbe (Uganda).
2.2.
Vlucht MS835 van Caïro naar Entebbe (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd.
2.3.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De kantonrechter is van oordeel dat de handtekening op de akte van cessie in voldoende mate overeenkomt met de handtekening van de passagier op haar paspoort. Het is dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp heeft overgedragen. Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt.
4.3.
Voor zover de vervoerder heeft aangevoerd dat Airhelp niet aan haar stelplicht heeft voldaan, wordt opgemerkt dat Airhelp in de dagvaarding het vluchtnummer (MS835) en de vluchtdatum (25 juni 2022) van de litigieuze vlucht heeft genoemd. De vervoerder heeft bij conclusie van antwoord (3.2) erkend dat de passagier met de litigieuze vlucht (MS835 van 25 juni 2022) is meegevlogen. De kantonrechter gaat er vanuit dat de vertrekdatum zoals genoemd in de conclusie van repliek (26 juni 2022) een kennelijke verschrijving betreft; dit is de aankomstdatum van de vlucht.
4.4.
Airhelp heeft gesteld dat de passagier met meer dan drie uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. Daarmee heeft zij aan haar stelplicht voldaan. De vervoerder heeft de gestelde vertraging onvoldoende gemotiveerd betwist. De vervoerder heeft ook geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De vordering tot betaling van de hoofdsom is daarom toewijsbaar.
4.5.
De vervoerder heeft ten slotte nog aangevoerd dat Airhelp hem niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Airhelp heeft hiertegen aangevoerd dat de verzoeken van de vervoerder om (onder meer) een handgeschreven verklaring van de passagier aan hem te doen toekomen niet redelijk waren. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, het op de weg van Airhelp had gelegen om in ieder geval op het verzoek van de vervoerder te reageren. Door in het geheel niet op de verzoeken van de vervoerder te reageren, heeft Airhelp de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 juni 2022 tot de dag van de gehele betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter