ECLI:NL:RBNHO:2025:8701

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
11097404 \ CV EXPL 24-2920
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 lid 2 onder c Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering compensatievergoeding wegens vluchtvertraging en proceskostencompensatie

De passagier had een vervoersovereenkomst met British Airways voor een vlucht van Amsterdam via Londen naar Johannesburg op 2 februari 2023. Door een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming ontstond een recht op compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De passagier droeg haar vorderingsrecht over aan Airhelp, die de vervoerder aansprakelijk stelde voor € 600 aan compensatie.

British Airways betwistte de volledige compensatie en stelde dat op grond van artikel 7 lid 2 onder Pro c van de Verordening het compensatiebedrag met 50% verminderd moest worden. Airhelp betwistte dit niet, waarna de kantonrechter de compensatie halveerde tot € 300. Daarnaast was er discussie over de dagvaarding; Airhelp had de vervoerder via een ‘no reply’ e-mailadres aangemaand, wat onvoldoende was om de vervoerder in de gelegenheid te stellen het geschil minnelijk op te lossen.

Daarom besloot de kantonrechter de proceskosten te compenseren, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van de helft van de compensatie en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11097404 \ CV EXPL 24-2920
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbHgevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plcgevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 2 februari 2023 vervoeren van Amsterdam via Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Johannesburg (Zuid-Afrika).
2.2.
De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.
Het geschil
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft geen beroep op buitengewone omstandigheden gedaan, zodat hij in beginsel compensatie verschuldigd is. Ten aanzien van de hoogte van de verschuldigde compensatie heeft de vervoerder aangevoerd dat er op grond van artikel 7 lid 2 onder Pro c van de Verordening aanleiding bestaat om het in lid 1 van dat artikel genoemde compensatiebedrag met 50% te verminderen. Airhelp heeft dit niet betwist, zodat een bedrag van € 300,- aan compensatie zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is als onweersproken toewijsbaar.
4.3.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Airhelp stelt dat zij de vervoerder via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit e-mailadres een ‘no reply’ e-mailadres betreft. Airhelp kon er daarom niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat de vervoerder de aanmaning had ontvangen. Het is niet gebleken dat Airhelp ook op een andere wijze getracht heeft om contact met de vervoerder op te nemen. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Airhelp door haar werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. De kantonrechter ziet daarom aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 februari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter