Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Monnickendam, gemeente Waterland in/uit een winkel/juwelier (gelegen aan [adres 2]) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld en/of juwelen en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijfsnaam] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een hamer, althans een op een hamer gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Monnickendam, gemeente Waterland en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bromfiets (Piaggio Vespa Sprint en/of voorzien van het kenteken [kentekennummer]), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed
2. Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 14 mei 2025 (dossierpagina’s 33 tot en met 37);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 april 2025 (dossierpagina’s 92 en 93);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 15 april 2025 (dossierpagina’s 94 en 95).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
De reclassering heeft daarom geadviseerd het jeugdstrafrecht toe te passen en aan de verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:
8.Vordering benadeelde partijen
9.Vordering tot tenuitvoerlegging
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
180 (honderdtachtig) DAGEN.
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Reclassering Nederlandde opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
60 (zestig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.