ECLI:NL:RBNHO:2025:8716

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
30 juli 2025
Zaaknummer
15.116581.25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor medeplegen poging gewelddadige overval op juwelier met gevangenisstraf en taakstraf

Op 29 juli 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van medeplegen van een poging tot gewelddadige overval op een juwelier in Monnickendam op 15 april 2025. De verdachte, die samen met een mededader handelde, heeft geprobeerd een juwelier te overvallen door met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een hamer de juwelier te bedreigen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte wettig en overtuigend schuldig is aan het onder 1 ten laste gelegde feit, namelijk poging tot diefstal met bedreiging met geweld. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, en daarnaast een taakstraf van 100 uur opgelegd. De benadeelde partijen zijn niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van het tweede feit, dat betrekking had op het voorhanden krijgen van een gestolen bromfiets, omdat niet bewezen kon worden dat de verdachte wist dat de bromfiets gestolen was. De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de jonge leeftijd van de verdachte en zijn proceshouding, maar ook met de ernst van het feit en de impact op de slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlem
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.116581.25 (P)
Uitspraakdatum: 29 juli 2025
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 juli 2025 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum en -plaats],
wonende op het adres [adres 1],
nu gedetineerd in P.I. Krimpen aan den IJssel.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. M. Lenderink en van wat de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. F.A.G.M. Landerloo, advocaat te Maastricht, naar voren hebben gebracht.
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Monnickendam, gemeente Waterland in/uit een winkel/juwelier (gelegen aan [adres 2]) tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld en/of juwelen en/of goederen van zijn/hun gading, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [bedrijfsnaam] en/of [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen voorafgaan, te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of andere deelnemer(s) aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of een hamer, althans een op een hamer gelijkend voorwerp aan die [slachtoffer 1] heeft/hebben getoond/voorgehouden en/of op die [slachtoffer 1] heeft/hebben gericht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 15 april 2025 te Monnickendam, gemeente Waterland en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bromfiets (Piaggio Vespa Sprint en/of voorzien van het kenteken [kentekennummer]), althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed
betrof.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van de verdachte heeft zich met betrekking tot de bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Met betrekking tot het onder 2 ten laste gelegde feit heeft de raadsvrouw vrijspraak bepleit. De verdachte wist niet dat de scooter gestolen was. De avond vóór de overval heeft hij een sleutel van de scooter gekregen. De omstandigheden bij het voorhanden krijgen van de scooter wijzen er niet op dat deze van diefstal afkomstig was. De scooter zag er netjes uit en vertoonde geen beschadigingen en was voorzien van het originele kenteken. Hij had ook niet moeten vermoeden dat de scooter van diefstal afkomstig was. Het enkele feit dat de verdachte de scooter voor een overval heeft gebruikt, is daarvoor onvoldoende.
3.3
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Vrijspraak feit 2Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen wat de verdachte onder 2 ten laste is gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt. De verdachte heeft verklaard dat hij een sleutel van de scooter heeft gekregen en niet op de hoogte is gesteld van de herkomst van de scooter. Naast de aangifte van [aangever] bevat het dossier geen informatie op grond waarvan moet worden geconcludeerd dat de verdachte bij het voorhanden krijgen van de scooter wist dan wel had moeten vermoeden dat deze van diefstal afkomstig was. Het dossier bevat in zijn geheel geen informatie over de staat van de scooter. De enkele omstandigheid dat de scooter bij de overval is gebruikt en daarna zou moeten worden gedumpt, maakt dit oordeel niet anders.
Dit betekent dat de verdachte moet worden vrijgesproken van feit 2.
3.3.2
Redengevende feiten en omstandigheden feit 1
De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 ten laste gelegde feit op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu de verdachte dit feit heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit – zal volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen, te weten:
  • de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting afgelegd;
  • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 12 mei 2025 (dossierpagina’s 57 tot en met 61);
  • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] d.d. 15 april 2025 (dossierpagina’s 92 en 93);
  • het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 1] d.d. 15 april 2025 (dossierpagina’s 94 en 95).
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 15 april 2025 te Monnickendam, gemeente Waterland uit een juwelier gelegen aan [adres 2] tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een hoeveelheid geld en/of juwelen en/of goederen van hun gading, die aan [bedrijfsnaam] en/of [slachtoffer 1] toebehoorden weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en deze poging diefstal te doen vergezellen van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en andere deelnemer aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en een hamer aan die [slachtoffer 1] hebben getoond en op die [slachtoffer 1] hebben gericht, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
poging tot diefstal, vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers van het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is daarom strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is daarom strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van het voorarrest. De officier van justitie vordert daarnaast dat aan het voorwaardelijke deel de algemene voorwaarde en de bijzondere voorwaarden zoals opgenomen in het reclasseringsrapport, waaronder een locatieverbod voor de provincie Noord-Holland, worden verbonden. De inbeslaggenomen goederen kunnen aan de verdachte worden teruggegeven.
6.2
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van de verdachte heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met de jonge leeftijd en de proceshouding van de verdachte en af te wijken van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS).
De raadsvrouw acht een gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met daaraan verbonden de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, passend en geboden. Eventueel kan deze straf worden gecombineerd met een taakstraf voor de duur van 100 uur.
6.3
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit:
De verdachte heeft samen met zijn jongere broer geprobeerd een juwelier te overvallen. De verdachte zegt dat hij via snapchat in contact is gekomen met personen die hem een geldbedrag in het vooruitzicht stelde voor het uitvoeren van een overval op een juwelier. Op zijn verzoek is zijn jongere broer met hem meegegaan. Bij deze gewelddadige overval zijn zij in het zwart gekleed met gezichtsbedekking de juwelierszaak binnengegaan. De verdachte richtte een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op de juwelier. Zijn jongere broer had een hamer bij zich om de vitrines in te slaan en heeft de hamer ook dreigend omhoog geheven. Door adequaat optreden van de juwelier zijn de verdachte en de medeverdachte zonder buit gevlucht op een scooter. Kort na de overval zijn de verdachte en de medeverdachte in de omgeving aangehouden.
De rechtbank rekent het de verdachte aan dat hij zich heeft laten leiden door zijn eigen financieel gewin, zonder erbij stil te staan wat voor gevolgen dit voor anderen, waaronder de juwelier en zijn medewerkers, kan hebben. De rechtbank neemt het de verdachte ook kwalijk dat hij zijn jongere broer hierin betrokken heeft.
Dergelijke feiten zorgen niet alleen voor gevoelens van onrust en onveiligheid voor de slachtoffers, wat ook volgt uit de vorderingen benadeelde partij, maar ook voor de maatschappij in het algemeen.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 18 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een vermogensdelict is veroordeeld.
Verder heeft de rechtbank kennisgenomen van het over de verdachte uitgebrachte voorlichtingsrapport van reclassering Nederland van 19 juli 2025. De reclassering heeft geadviseerd het volwassenenstrafrecht toe te passen en bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden op te leggen:
- meldplicht
- gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of ambulante behandeling;
- locatieverbod (zonder elektronische monitoring)
- dagbesteding
- meewerken aan schuldhulpverlening.
Het toezicht zal worden uitgevoerd door Reclassering Nederland, locatie Maastricht.
Strafmaat:
De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) gaan bij een overval op een winkel met bedreiging/geweld in beginsel uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 jaar.
Wanneer sprake is van een poging, wordt de straf met een derde verminderd. Medeplegen weegt vervolgens strafverzwarend mee.
Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank daarnaast rekening gehouden met de jeugdige leeftijd van de verdachte. Daarnaast heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de verdachte door zijn bekentenis en houding ter terechtzitting ervan blijk heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien en hiervoor verantwoordelijkheid te nemen.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal echter bepalen dat zes maanden daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaren, met als doel dat de verdachte ervan wordt weerhouden zich in de toekomst wederom schuldig te maken aan een strafbaar feit. Aan het voorwaardelijk deel zal de rechtbank de algemene en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden met uitzondering van het locatieverbod, verbinden. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een locatieverbod voor de provincie Noord-Holland. De verdachte is woonachtig in België en het reclasseringstoezicht zal worden uitgevoerd door Reclassering Nederland, locatie Maastricht.
Verder is de rechtbank van oordeel dat een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 100 uren moet worden opgelegd.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
7. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten
STK GSM (omschrijving: BZAK2280, zwart merk: Apple)
STK Schoenen (omschrijving PL1100-2025083095-G1720481, Bruin),
dienen te worden teruggegeven aan de verdachte.

8.Vordering benadeelde partijen

8.1.
Benadeelde partij [slachtoffer 2]
De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding voor een bedrag tussen € 1.500,00 en € 2.500,00 ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit zou hebben geleden. Op 27 juni 2025 heeft het Openbaar Ministerie haar verzocht haar vordering nader te onderbouwen. Hierop is geen reactie van de benadeelde partij ontvangen.
Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat de benadeelde partij niet in haar vordering kan worden ontvangen, nu deze niet nader is onderbouwd met bescheiden. De enkele opmerking dat zij vanaf 6 mei 2025 wegens psychische klachten onder behandeling is bij een psychosociaal therapeut, is hiervoor onvoldoende.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.
8.2
Benadeelde partij [slachtoffer 3]
De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een verzoek tot schadevergoeding ingediend tegen de verdachte zonder hierin een bedrag op te nemen. Op 11 juni 2025 heeft het Openbaar Ministerie haar verzocht haar verzoek nader te onderbouwen. Hierop is geen reactie van de benadeelde partij ontvangen.
Nu geen bedrag door de benadeelde partij is ingevuld, is de rechtbank, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat de benadeelde partij niet kan worden ontvangen in haar verzoek tot schadevergoeding.
Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 45, 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het onder 1 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4. vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
18 (achttien) MAANDEN.
Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot
6 (zes)maanden
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
- zich meldt bij Reclassering Nederland op het adres [adres 3] en dat de veroordeelde zich blijft melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dit nodig vindt;
- meewerkt aan een diagnostisch onderzoek ten aanzien van zijn psychisch en cognitief functioneren en zich laat behandelen, indien uit dit onderzoek blijkt dat dit noodzakelijk is, te bepalen door de reclassering.
De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt. De veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Indien uit dit diagnostisch onderzoek blijkt dat behandeling niet noodzakelijk is, dan wordt de veroordeelde aangemeld bij de CoVa-training.
- zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk of een studie met een vaste structuur.
- meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen. De veroordeelde geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden.
Geeft aan
Reclassering Nederlandde opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van
100 (honderd) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering.
Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder de eigen proceskosten dragen.
Gelast de teruggave aan de verdachte van:
STK GSM (omschrijving: BZAK2280, zwart merk: Apple)
STK Schoenen (omschrijving PL1100-2025083095-G1720481, Bruin).
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. C.S. Schoorl, voorzitter,
mrs. N.M.L. Rogmans en A.M.C. de Haan, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier D.H. Geuze,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 juli 2025.