Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 juli 2025 in de zaak tussen
[verzoekster], verzoekster, uit [plaats] , tezamen verzoekers
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekers wilden een kantoorappartement in Haarlem bewonen en hebben daartoe een omgevingsvergunning aangevraagd voor bouwkundige aanpassingen. Het college van burgemeester en wethouders weigerde de vergunning voor omgevingsplanactiviteiten vanwege onvoldoende parkeervoorzieningen, terwijl geen vergunning nodig werd geacht voor de technische bouwactiviteit.
Verzoekers vroegen een voorlopige voorziening om duidelijkheid over hun rechtspositie, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat een dergelijk definitief oordeel niet in een voorlopige voorziening kan worden gegeven. Hoewel het college erkende dat het bestreden besluit op onderdelen niet deugdelijk was, was het verzoek te vergaand en bood schorsing geen praktische oplossing.
De voorzieningenrechter benadrukte dat het verzoekers niet helpt om het besluit te schorsen, omdat zij daarmee geen expliciete toestemming krijgen om te wonen of te verbouwen. Ook het verzoek om het college te verplichten tot overleg werd afgewezen wegens onvoldoende concreetheid. De uitspraak werd gedaan op 31 juli 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat een definitief oordeel niet kan worden gegeven in deze procedure.