ECLI:NL:RBNHO:2025:8892

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
6 augustus 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
11591626
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden CineFoxArt. 9a Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden CineFoxArt. 9b Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden CineFoxArt. 6:96 BWArtikel 150 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsovereenkomst bioscoopreclame en afwijzing buitengerechtelijke ontbinding

CineFox en [gedaagde] sloten op 11 november 2021 een overeenkomst waarbij CineFox reclame-uitingen zou vertonen in drie bioscoopzalen tegen een jaarlijkse vergoeding. Op 1 februari 2024 stuurde CineFox een factuur voor het derde jaar, te betalen in tien termijnen. [gedaagde] betwistte betaling en stelde dat CineFox tekortgeschoten was in de nakoming en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk.

De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] onvoldoende heeft bewezen dat CineFox haar verplichtingen niet is nagekomen. CineFox toonde aan dat de reclames volgens afspraak werden vertoond, onder meer met een steekproeffilmpje. De stelling dat de reclames te vroeg worden vertoond is onvoldoende om tekortkoming aan te nemen.

Daarom is de buitengerechtelijke ontbinding niet rechtsgeldig en moet [gedaagde] de openstaande termijnen betalen. Tevens worden de contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en gewezen door kantonrechter Berkers op 6 augustus 2025.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt [gedaagde] tot betaling van openstaande facturen, rente, incassokosten en proceskosten en wijst het beroep op buitengerechtelijke ontbinding af.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11591626 \ CV EXPL 25-1677
Vonnis van 6 augustus 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
CINEFOX BIOSCOOP- EN THEATER RECLAME B.V.,
te Wijchen,
eisende partij,
hierna te noemen: CineFox,
gemachtigde: Flanderijn gerechtsdeurwaarders,
tegen
de besloten vennootschap
[gedaagde] B.V.handelend onder de naam
[bedrijf]
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Feiten

2.1.
Partijen zijn op 11 november 2021 overeengekomen dat CineFox gedurende drie jaar reclame-uitingen zou vertonen in drie bioscoopzalen van De Koepel, waarvoor [gedaagde] een vergoeding van € 2050,95 inclusief btw per jaar zou betalen.
2.2.
De ‘Algemene Leverings- en Betalingsvoorwaarden CineFox Bioscoop en Theaterreclame BV’ zijn op de overeenkomst van toepassing. Daarin staat (onder meer):
3aDe overeenkomst wordt aangegaan voor de daarin vermelde periode en tegen de daarin genoemde prijs. Opzegging door de wederpartij dient schriftelijk per aangetekend schrijven te geschieden, uiterlijk 3 maanden voor het eind van de overeengekomen periode. Indien géén of niet-tijdige opzegging is ontvangen wordt de overeenkomst stilzwijgend telkens met één jaar verlengd. In geval van opzegging gedurende de contractperiode is de wederpartij het volledige bedrag voor de gehele overeengekomen periode verschuldigd inclusief eventuele rente en kosten conform het bepaalde in artikel 9.
(…)
9aIndien betaling niet binnen de termijn van 14 dagen heeft plaatsevonden, is de wederpartij van rechtswege in verzuim en vanaf het moment van verzuim een rente van 1,5% per (gedeelte van een) maand verschuldigd over het nog openstaande bedrag.
9bAlle te maken gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten komen voor rekening van de wederpartij. De buitengerechtelijke kosten bedragen tenminste 15% van het met inbegrip van voornoemde rente door de wederpartij verschuldigde bedrag.”
2.3.
Op 1 februari 2024 heeft CineFox een factuur toegezonden voor het derde en laatste jaar van de overeenkomst. Het factuurbedrag zou in tien termijnen van € 205,10 worden betaald.
2.4.
Op 21 maart 2024 heeft [gedaagde] aan CineFox geschreven:
“Ik ben nu meerdere malen in de Koepel geweest en heb nog nooit onze commercial voorbij zien komen en vraag me dan ook sterk af of deze nog wel draait? Ik wil de reclame beëindigen, want dit levert ons echt niks op en kost ons jaarlijks meer dan € 2000,-.”
2.5.
CineFox heeft op 27 maart 2024 als volgt gereageerd:
“Uw reclame wordt vertoond in 3 van de 6 zalen in de Filmkoepel Haarlem. Wij nemen zo nu en dan in een steekproef, via onderstaande link is te zien (bij ongeveer 50 seconden) dat uw reclame wordt vertoond in een van de zalen.(…)
Wij bevestigen hierbij dat uw overeenkomst per 3 februari 2025 wordt beëindigd.”

3.Het geschil

3.1.
CineFox vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 1.845,85, vermeerderd met rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
3.2.
CineFox vordert betaling van het openstaande factuurbedrag. Revers heeft de verschuldigdheid van dit bedrag betwist. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat CineFox is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat de overeenkomst buitengerechtelijk gedeeltelijk is ontbonden, waardoor zij de resterende negen termijnen niet hoeft te betalen.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] zich op het standpunt stelt dat zij de overeenkomst rechtsgeldig heeft ontbonden. Daarvoor is in dit geval nodig dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van CineFox in haar verplichtingen uit de overeenkomst en dat zij in verzuim is.
4.2.
[gedaagde] draagt, gelet op de hoofdregel van 150 Rv, de stelplicht en bewijslast van de door haar gestelde tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] daarin niet is geslaagd. Daarover wordt als volgt overwogen.
4.3.
CineFox heeft toegelicht dat de advertentie maximaal vijftien minuten vóór de start van iedere openbare voorstelling in de zalen 1, 3 en 5 van de Filmkoepel in Haarlem wordt uitgezonden. Hoe vaak de advertentie per dag wordt uitgezonden hangt af van de frequentie van de voorstellingen. Bij e-mail van 27 maart 2024 heeft CineFox deze werkwijze (nogmaals) aan [gedaagde] uitgelegd en haar een filmpje van een steekproef van één van de zalen toegestuurd waaruit blijkt dat de advertentie wordt uitgezonden. [gedaagde] heeft, tegenover dit gemotiveerde betoog van CineFox, onvoldoende onderbouwd dat haar advertenties
nietworden uitgezonden. Uit de overeenkomst volgt geen verplichting voor CineFox om een logboek bij te houden van alle uitgezonden advertenties. Het enkele feit dat [gedaagde] van mening is dat haar advertenties te vroeg voor aanvang van de film worden vertoond, maakt niet dat CineFox niet aan haar verplichtingen heeft voldaan. [gedaagde] heeft de door haar gestelde tekortkoming(en) onvoldoende onderbouwd. Dit brengt mee dat [gedaagde] de overeenkomst niet rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft kunnen ontbinden. Daaruit en uit het bepaalde in artikel 3 van Pro de algemene voorwaarden volgt dat [gedaagde] de termijnen die zien op het derde en laatste jaar van de overeenkomst nog moet betalen.
4.4.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van CineFox zal toewijzen. De contractuele rente wordt toegewezen zoals gevorderd.
4.5.
CineFox vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). CineFox heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. CineFox heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal een bedrag van € 276,88 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
4.6.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CineFox worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
122,35
- griffierecht
385,00
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.017,35

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan CineFox te betalen een bedrag van € 1.845,85, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over het toegewezen bedrag, met ingang van 6 augustus 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan CineFox te betalen een bedrag van € 276,88 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.017,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.J. Berkers en in het openbaar uitgesproken op 6 augustus 2025.
De griffier De kantonrechter