De zaak betreft de ontbinding van een huurovereenkomst tussen een verhuurder en huurder wegens een huurachterstand van ruim acht maanden. De huurder betaalde vanaf september 2024 de huur niet volledig, ondanks een huurverhoging per 1 juli 2024. De verhuurder vordert ontbinding, ontruiming en betaling van de huurachterstand.
De huurder betwist de hoogte van de huurachterstand, onder meer vanwege onduidelijkheid over de huurprijsverhoging en verrekening van nutsvoorzieningen. De rechtbank oordeelt dat de huurder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt de huurprijsverhoging niet te hebben ontvangen, maar stelt vast dat de brief hem op de dag van dagvaarding heeft bereikt. De huurachterstand wordt gecorrigeerd voor een te hoog gehanteerde huurprijs en een teruggave voor nutsvoorzieningen.
De rechtbank vernietigt enkele bedingen in de algemene voorwaarden die onredelijk bezwarend zijn, zoals het incassokostenbeding en het rentebeding. De huurachterstand van € 7.368,67 wordt toegewezen. De ontbinding en ontruiming worden gerechtvaardigd gezien de omvang van de achterstand en de persoonlijke omstandigheden van de huurder wegen onvoldoende zwaar. De ontruimingstermijn wordt vastgesteld op veertien dagen. De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van huur vanaf 1 augustus 2025 tot ontbinding en gebruiksvergoeding tot ontruiming, alsmede proceskosten en wettelijke rente.