De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De minderjarige verblijft sinds april 2022 doordeweeks in een gezinshuis en in de weekenden bij haar ouders. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de ontwikkeling van de minderjarige ernstig wordt bedreigd door onvoldoende opvoedvaardigheden en draagkracht van de ouders, en dat de doelen uit eerdere hulpverleningsplannen niet zijn behaald.
De vader staat onvoldoende open voor hulpverlening en de communicatie tussen de ouders is gebrekkig. De moeder accepteert de hulpverlening, maar ervaart slechte communicatie met de GI. De minderjarige wil graag meer bij haar vader zijn, maar dit is op dit moment niet mogelijk. De kinderrechter acht het noodzakelijk dat de hulpverlening wordt voortgezet en dat de minderjarige in het gezinshuis blijft wonen vanwege de positieve ontwikkeling die zij daar doormaakt.
De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van een jaar. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na uitspraak of betekening.