De passagier had een vervoersovereenkomst met de vervoerder voor een vlucht van Milaan naar Amsterdam op 24 juni 2022, die door de vervoerder werd geannuleerd. De passagier vorderde compensatie en terugbetaling van de ticketprijs. De vervoerder verscheen niet bij de eerste zitting, waarna verstek werd verleend.
De vervoerder kwam in verzet, maar kon niet aantonen dat hij de passagier een alternatieve vlucht had aangeboden of dat het onmogelijk was om om te boeken. De kantonrechter oordeelde dat de vervoerder niet had voldaan aan zijn verplichtingen en dat de passagier recht had op terugbetaling van de ticketprijs en compensatie.
Daarnaast werden buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten toegewezen aan de passagier, omdat de vervoerder in het ongelijk werd gesteld. Het verzet werd ongegrond verklaard en het verstekvonnis bevestigd.
De uitspraak benadrukt de verplichting van vervoerders om passagiers bij annulering een alternatieve vlucht aan te bieden of restitutie te verlenen, en dat het niet aannemelijk maken van deze maatregelen leidt tot toewijzing van compensatie en kosten.
De kantonrechter veroordeelde de vervoerder tot betaling van € 364,75 plus wettelijke rente, € 54,71 incassokosten plus rente, en € 82,00 proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.