Eisers en Inco sloten een overeenkomst tot overdracht van aandelen van Loodgietersbedrijf TBS B.V., waarbij Inco het laatste deel van de koopsom niet betaalde. Eisers vorderden betaling van dit bedrag, maar Inco stelde verrekening met haar vorderingen wegens schending van garantieverklaringen en het non-concurrentiebeding.
De rechtbank oordeelde dat eisers het non-concurrentiebeding hebben geschonden door werkzaamheden te verrichten voor klanten van TBS, waardoor zij boetes verschuldigd zijn. Daarnaast werd vastgesteld dat eisers aansprakelijk zijn voor loonkosten van een arbeidsongeschikte werknemer, maar dat de klacht over Trattoria Sofia onvoldoende onderbouwd was.
De vordering van eisers tot betaling van het laatste deel van de koopsom werd afgewezen vanwege verrekening met de vorderingen van Inco. De tegenvordering van Inco werd deels toegewezen, waarbij eisers hoofdelijk werden veroordeeld tot betaling van een boetebedrag en proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.