De rechtbank Noord-Holland heeft op 18 juli 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die samen met een medeverdachte circa 56,9 kilo hennep invoerde via luchthaven Schiphol.
De verdachte voerde aan niet te weten dat haar koffers hennep bevatten, maar de rechtbank achtte deze verklaring ongeloofwaardig mede vanwege chatberichten waaruit blijkt dat de verdachte op de hoogte was en een hoge beloning zou ontvangen. Er was sprake van nauwe samenwerking met de medeverdachte.
De rechtbank verklaarde het ten laste gelegde feit bewezen en kwalificeerde het als medeplegen van invoer van een grote hoeveelheid softdrugs, strafbaar volgens de Opiumwet. Er waren geen omstandigheden die de strafbaarheid uitsloten.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de hoeveelheid hennep en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder haar depressies en het risico op verlies van ouderlijk gezag door detentie.
De tijd in voorlopige hechtenis wordt in mindering gebracht op de straf.